Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 1.1908

Page: 44
DOI issue: DOI article: DOI issue: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1908/0058
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
der Kunsthalle in Bremen) schuf. Heftiges Kampfgewühl und starkste Bewegung galt es
hier darzustellen — ein künstlerisches Problem, das dem ruhigen Temperament des Nord-
landers nun einmal nicht liegt, und bei dessen Lösung die Akademiker stets versagten.
So sehr sie sich mühten, Lebendigkeit zu geben, sie übertrieben in den Einzelheiten.
Das Resultat war eine Menge erstarrter Modellfiguren mit unruhigen, leeren Gesten. Das
Lastman’sche Bild in Bremen, von dem wir sprachen, und das ohne Raffael nicht denkbar
ist, leidet natürlich auch an diesen Mangeln. Es muss aber auf die Zeitgenossen, die dieser
Richtung huldigten, grossen Eindruck gemacht haben. Für Lastman war es eine gewaltige
Kraftprobe, durch die er sich selber fand — und ein grosses Publikum. Gleich aus dem
folgenden Jahre, 1614, rühren nun unsere von den Alten so gefeierten beiden Gemalde
»Paulus und Barnabas in Lystra« und der »Opferstreit zwischen Orest und Pylades« her;
das eine eine Verherrlichung der unverbrüchlichen Ereue im Gottesglauben, das andere
ein Hymnus auf die Freundschaft.

Der Maler dieser Bilder bekam bald immer mehr Auftrage und wurde gleichsam
Mode. Er teilt allerdings auch das Schicksal solcher Künstler: mehr und mehr wird er
Schablonenmaler ohne neue Gedanken, flüchtig, leer und wiederholt sich selber immer
wieder. Und nach seinem Tode wird er schnell vergessen.

Den Haag. KURT FREISE.

■ - — BEI '— ■ - ■

° BOEKBESPREKING. °

ROMBOUT VERHULST, Beeldhouwer (1624—1698) door M. van Notten met 53 licht-
drukken; ’s-Gravenhage, M. Nyhoff, 1907.

Een »Overzicht zijner werken” noemt de schrijver dit boek en inderdaad, het goed
verzorgde, lijvige gróót kwart-deel bevat niet heel veel meer. Maar dat simpele »overzicht”
heeft dan ook de dubbele verdienste van te zijn: zoo volledig mogelijk en zoo behoorlijk
gedocumenteerd als men maar wenschen kan.

Het is een éérste volledige catalogus van het omvangrijk oeuvre, dat ons de te weinig
gekende, technisch-talentvolle, maar fantazielooze beeldhouwer heeft achtergelaten. Tevens
geeft het werk ons den levensloop van Verhuist, voorzoover die uit de schaarsche docu-
menten blijkt, en eindelijk meer een korte opsomming, dan een behandeling van de in zijn
werkplaats gevormde leerlingen.

De Heer van Notten toont reeds bij ’t begin, door den opzet van zijn studie, dat
hem de stijlkritiek niet alleen een gewichtig hulpmiddel was, maar dat zij hem hoofd-
zakelijk de richting heeft aangewezen voor dit onderzoek. Het indeelen van Verhulst’s
opus naar verschillende periodes, waarin de beeldhouwer zich aan alle kanten en in telkens
wisselende kracht doet kennen, geeft ons onmiddelijk een veel scherper, een veel ordelijker
kijk op zijn werk.

44
loading ...