Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 1.1908

Page: 32
DOI issue: DOI article: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1908/0046
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
aan een onderzoek onderworpen, evenals de verzameling van steenen Hindoebeelden naast
de residentswoning.

De heer Knebel had de gelukkige gedachte, aan de ornamenten der beelden,
zooveel als doenlijk is, javaansche benamingen te geven, waardoor de mogelijkheid tot
vergelijking met de Oud-Javaansche geschriften geopend is.

(Wordt vervolgd). MARTINE TONNET.

DE GEWELFSSCHILDERINGEN IN DE KERK DER NEDERDUITSCH
HERVORMDE GEMEENTE TE EPE.

Wij hebben ter plaatse een onderzoek ingesteld naar de kunstwaarde van de gewelfs-
schilderingen, die in November 1.1. in het kerkgebouw der Ned. Hervormde gemeente
te Epe zijn ontdekt, en kunnen daaromtrent het volgende mededeelen.

De gewelfsvelden om de sluitsteenen der koorgewelven zijn beschilderd met groote,
grove en slechtgeteekende bladeren en ornamenten, die groen, geel en rood zijn gekleurd,
terwijl op één dier velden ook nog het wapen van Gelre voorkomt.

Bij het afkrabben der witsellaag zijn deze schilderingen te voorschijn gekomen;
reeds bij den eersten aanblik vestigen zij den indruk van modern boeren-verfwerk.

Bij meer nauwkeurige beschouwing op den steiger treft men tegen het gewelf bij
een der ribbenbundels, dus even boven den kraagsteen, waarop het gewelf aanvangt, sporen
aan van 16e-eeuwsch schilderwerk, waaruit men mag afleiden, dat het geheele gewelf
indertijd met ornamenten en figuren in kleuren is versierd geweest, welke echter ten tijde
der reformatie geen genade hebben kunnen vinden en voor den verfkwast hebben
moeten zwichten.

Vermoedelijk werd omstreeks het midden der vorige eeuw door H.H. kerkvoogden
aan een dorpsverver last gegeven de gewelven opnieuw te beschilderen, van welke taak
deze zich naar best vermogen heeft gekweten; desniettegenstaande vermocht zijn arbeid
niet de goedkeuring weg te dragen van zijne lastgevers of van een der opvolgende kerk-
besturen, zoodat zijn werk, mogelijk met zeer veel zorg en moeite door hem verricht, weer
aan het oog werd onttrokken. Deze schilderingen nu zijn in November j.1. ontbloot,
doch kunnen ook aan het tegenwoordige kerkbestuur niet behagen, zoodat zij — met
uitzondering van het wapen van Gelre — weldra weer onder eene nieuwe witsellaag
zullen verdwijnen.

Het 16e-eeuwsche schilderwerk, dat onder het ontdekte nog aanwezig is, zal niet
verder worden onderzocht, hetgeen trouwens ook tot geen resultaat zou leiden.

32
loading ...