Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 1.1908

Page: 197
DOI issue: DOI article: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1908/0212
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
van het landschap vooral zeer treffend is. Onze schilderijen zijn als zoodanig nu niet de
allerbelangrijkste. De scèneering op het eene, dat Christus voor het Sanhedrin voorstelt, is al te
opvallend overgenomen uit etsen van Rembrandt. Dit is echter aan picturale eigenschappen
weer rijker dan het andere. Maar hierin is opmerkelijk een verre en door eigen geest
vervormde herinnering aan de groepverdeeling en de dispositie van licht en schaduw-
partijen op de Nachtwacht. Het stuk verkeerde evenwel in een zeer ongunstigen staat en
het is bij restauratie gebleken, dat deze voorstelling werd geschilderd over een andere heen.
Intusschen blijft een vertegenwoordiging van Aert de Gelder door een werk, waarin zijn
eigenaardige schilderhoedanigheden voldongener zijn aan te wijzen, een van de zoete
wenschen der directie.

De »Judith” van J. de Bray is een aanlokkend schilderijtje; het heeft opvallende
hoedanigheden van kleur- en vormuitdrukking. Voor de teekening is vooral het half
ontbloote lichaam van den slapenden man, sterk in het verkort gezien, merkwaardig. Het
is of in de teekening nog iets voortleeft van de traditie’s uit de academische richting van
Van Mander en Goltzius, terwijl factuur en de ietwat pralende kleur een zeer gemoderniseerd
voorkomen hebben. Het figuurtje in den achtergrond achter Judith is zeer rembrandtiek.

De verbeeldingswijze van dit dramatische voorval uit den Bijbel is overigens nogal.

prozaisch. Kandelaar en andere voorwerpen, staande vóór de legerstede, vormen een partij,
die heel erg trekt op het stilleven van Dirk de Bray in ons museum. Het schilderijtje is
gemerkt en gejaarmerkt: 1659. De gelijkenis met ander werk van Jan de Bray is anders
niet opvallend.

Nog werd aangekocht op een veiling van Fr. Muller een zeer goed specimen van
Pieter Muller. Het is een zee- of riviergezicht in den trant van het stukje uit het
Mauritshuis en, naar ik meen, minstens van dezelfde kwaliteit. Ook hiermede is in het
Rijksmuseum een nieuwe meester der 17de eeuw vertegenwoordigd.

W. STEENHOFF.

AANWINSTEN NEDERLANDSCH MUSEUM VOOR GESCHIEDENIS EN KUNST.

Moest de heer Jan Kalf, in 1903, bij het samenstellen van den catalogus der Textiele
kunst in het Nederl. Museum berichten: »in de verzameling ontbreken de z.g. Koptische
stoffen geheel”, thans is dit niet meer het geval. Door enkele aankoopen in 1904, en vooral
door aankoop van een 25-tal lapjes, afkomstig uit de verzameling van den heer Graf te
Weenen (voorjaar 1908), bezit het Ned. Museum thans meerdere belangrijke voorbeelden
dier oude weef-techniek. Zonder op volledigheid aanspraak te kunnen maken, kan deze
verzameling, die in hoofdzaak bedoelt een overzicht te geven der na-classieke kunst-
nijverheid, met hetgeen thans voorhanden is voorloopig volstaan. Onder den algemeenen
naam »Koptische stoffen” worden aangeduid, de door de Egyptenaren der eerste eeuwen

197
loading ...