Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 1.1908

Page: 20
DOI issue: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1908/0034
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
Overeenkomst tusschen burgemeesters der stad Leiden en Aelbert
Bijlage. Rotvelt, mr. steenhouwer van Bremen, 23 October 1597.

Opte naervolgende conditiën ende voorwaerden zijn Burgemeesteren der stadt Leyden
in Hollandt ter eenre ende Aelbert Rotvelt, Mr. Steenhouder van Bremen, ten andere zijden
mit den anderen overgecomen ende verdragen, als dat de voornoemde van Rotvelt den
anstaenden winter voor ende ten behoeve van der voorzeyde stede van goeden harden
witten Bockenburgersteen eenparich van verwen zal wercken de volgende wercken.

Ten eersten twee poorten volgende tpatroon ende den grondt daer van hem een
doubelt es gelevert, te weten dat hij de stucken van den voorzegde poorten zal staerten
in ’t verbant, ’t minste uyten anslach vijf duymen, ’t meeste naer uytwijsen den gront, dat
hij de bogen zal wercken van zeven stucken, dat hij de schuften van de platte pylasters
zo onder als boven zal staerten acht duymen, dat hij de boven coronementlijst breet zal
maecken een ende twintich duymen, zodat hij mit eenen oock zal mogen dienen tot den
onderdreppel van het daerboven comende casijn, dat hij op elc van de halsen van de
pylasters stellen zal een vase of pot verchiert mit frutage, ende hiertoe ooc wercken en
leveren zal beyde de dreppels naer den eysch ende volgende ’t patroon zonder dat de
tafels hierinne zullen zijn begrepen.

Ten tweeden dat hij zal leveren de buyclijste conform degeene die in de nieuwe
middelgevel comende es, ter voller lengde van Burgermeesterencamer of tot de zuytgevel
toe, mit een ommesprong ten minste van een voet, al ’t samen gestart op acht duymen.

Ten derden dat hij wercken ende leveren zal veertien cantelmgen opte zuytgevel,
die zes duymen breet, vier en twintich duymen ende lang de twaelf grote elc zessendertich
duym, ende de twee cleyne elc vier en twintich duymen.

Ende ten vierden dat hij oock voorts maecken zal de galerije of foye mit zijne
lijsten, baluysters, ende pyramiden van den zuythouck of stervende tot aen het toorntgen
toe, alles van zodanigen maecsel ende zwaerte als ’t voorwerc es.

Alle welcke wercken hij wel ende meesterlicken zal wercken ten prijse van meesters
hem des verstaende, ende tot der voorzeyde stede eere ende chieraet, ende leveren te
Vegesack binnen scheepsboorts naer behooren gestouwit wel gaef, gans ende ongekneurst
tot zijnen costen, dene helft te weten het onderste werck mit de voorschepen van den
toecomenden jare achtentnegentich ende de reste omtrent Pijnxteren in den zelven jare.

Ende zal ’t selve werck van daer voorts tot deser stede coste ende perijckel gebracht
ende gevoert werden tot binnen dezer stede.

Ende dit al om een somme van vier hondert Rijxdalers in specie daer van de voor-
noemde Burgermeesteren den zelven Rotvelt op zijn vertrecken uyt deser stede zullen doen
aentellen hondert gelijcke dalers ende de reste zo wanneer ’t voorzegde werck geheelicken
ten vollen ende mit vergenougen van Burgermeesteren zal zijn gelevert, verbindende tot
volcominge van desen de voornoemde Burgermeesteren alle des stadts goeden, innecomen
ende exchijsen ende de voornoemde van Rotvelt alle zijne goeden roerende, onroerende, ge-
rechticheyden ende inneschulden, dezelve ende de keuze van dien ’t bedwang van allen rechten

20
loading ...