Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 1.1908

Page: 207
DOI issue: DOI article: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1908/0222
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
gemakkelijker werkenden Kalf dit niet algeheel op de hoogte van diens capaciteiten staande
werk noodeloos toe te schrijven.

De valsche handteekening A. v. B. (doelende op v. Beyeren) in den linker benedenhoek
toont alweer, hoe roekeloos op onze oude schilderijen vaak maar handteekeningen gezet
worden, om er nog meer geld uit te kunnen slaan.

Het derde geschenk, waarvan de bespreking binnen het kader van het »Bulletin”
valt, is een geschenk van den heer L. Nardus te Suresnes, die reeds zoo vaak onze musea
(het Mauritshuis, het Rijksmuseum en het Gemeentemuseum te Leiden) met kostbare cadeaux
in schilderijen verblijdde. De schilderij, die op naam staat van David Teniers den Jonge,
behoort tot die groep van vrij grof geschilderde interieurs, die doorgaans nog als eigenhandige
werken van dien meester worden beschouwd, maar waaromtrent het wel eens de moeite
zou loonen, na te gaan, in hoeverre ze tot Teniers zelve in een verhouding zouden kunnen
staan als b.v. de talrijke, onder Rubens’ leiding in diens atelier naar zijn ontwerpen gemaakte
decoratie-werken staan tot zijn eigenhandig werk.

Er is toch, dunkt me, een wel wat al te groot verschil tusschen b.v. den meer dan
nalatig geschilderden pot, midden op den vloer van het Boymans-stukje, en de potten en
pannen van b.v. den Alchimist of de Keuken in het Mauritshuis, dan dat men zóó maar
aan zou moeten nemen, dat dit alles werk van één hand is. In ieder geval acht ik het
het wijste, om in de musea (de éénige plaatsen waar nóch winzucht nóch verzamelaarsijdelheid
de beschrijving der etiketten op schilderijlijsten mogen kunnen beïnvloeden) dergelijke werken
voorzichtiglijk als »toegeschreven aan Teniers” of zoo iets, te catalogiseeren en die toeschrijving
in den catalogus nader te motiveeren.

Overigens is deze schilderij, behalve in haar grove, weinig ernstig geschilderde details,
aantrekkelijk van kleur: een roode muts, een groen jak, smakelijke bruine en grijsgeele
tinten. Voor den »cultuurhistoricus” is ze óók aardig, omdat ze het gebruik der in oblong
formaat gedrukte »liedtboecken” in de kroegen zoo goed illustreert.

Den Maag, 24 Nov. 1908. W. MARTIN.

DE NEGENDE »DENKMALPFLEGETAG” TE LÜBECK.

Evenals bij den in het vorig jaar te Mannheim gehouden »Denkmalpflegetag”, deed de
Rijkscommissie voor de beschrijving der monumenten van geschiedenis en kunst zich ook bij
dit negende congres voor monumentenzorg vertegenwoordigen. Met het lid der Commissie,
den heer F. A. Hoefer, was de ondergeteekende daartoe aangewezen. Ook de secretaris
der provinciale Utrechtsche archeologische commissie, de heer W. Croockewit W. A.zn.,
nam deel aan het congres.

Bij den aanvang der beraadslagingen bracht de heer Hoefer in een geestig speechje
aan het congres de groeten der Nederlandsche Rijkscommissie over, gewaagde met erkente-
lijkheid ervan hoeveel nut de Nederlandsche monumentenbeschrijving had ondervonden

207
loading ...