Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 1.1908

Page: 175
DOI issue: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1908/0190
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
° BOEKBESPREKING. °

NEDERLAND’S VROEGSTE BESCHAVING, Proeve van een archaeologisch systeem,
door Dr. J. H. Holwerda Jr., met 13 lichtdrukplaten naar origineele teekeningen van
Mevr. N. Holwerda—Jentink en »Deutscher Anhang : Zur frühhistorischen Keramik.”
Leiden, Brill, 1907.

CATALOGUS VAN HET RIJKSMUSEUM VAN OUDHEDEN TE LEIDEN, Afdeeling
Pvaehistorie en Nederlandsche Oudheden, door Dr. J. H. Holwerda Jr., met mede-
werking van M. A. Evelein en N. J. Krom. Uitgegeven vanwege het Ministerie
van Binnenlandsche Zaken, 1908.

Aangezocht door de Redactie van het Bulletin van den Nederlandschen Oudheid-
kundigen Bond om de beide hierboven genoemde boekwerken in haar tijdschrift te bespreken,
heb ik mij aan deze taak niet willen onttrekken, maar er veeleer prijs op gesteld mij ten
spoedigste van de ontvangen opdracht te kwijten, omdat de hier beproefde beschrijving
en indeeling der in Nederland zelf gevonden oudheden ongetwijfeld in de hoogste mate
de aandacht van alle Nederlandsche oudheidkundigen verdient. De wijze, waarop thans
de voorwerpen in deze afdeeling van het Rijksmuseum van Oudheden gerangschikt en
tentoongesteld zijn, is reeds door Mr. Boeles in het Bulletin (VIII, blz. 128 en volg.)
geschetst. Te recht is daarbij door hem in het licht gesteld, dat het hier niet gold de
reorganisatie, maar de schepping van een afdeeling van het Museum uit een te voren
nagenoeg geheel ongeordend materiaal. De dank, waarop reeds alleen de openstelling der
nieuwe afdeeling de Directie van het Museum aanspraak gaf, is thans weder zeer vermeerderd
door de verschijning van het deel van den Catalogus, dat de beschrijving der praehistorische,
Germaansche en Romeinsche vondsten uit onzen bodem bevat. Hulde daarom aan de
doortastendheid van den Directeur en den ijver zijner medewerkers!

Het hier te bespreken deel van den Catalogus berust, zooals daarin op blz. 5 gezegd
wordt, »op het archaeologische systeem, in afwijking van vele bestaande meeningen” verdedigd
door Dr. J. H. Holwerda Jr. in zijn werk getiteld: »Nederland’s vroegste Beschaving.”
Wij hebben dus met de beoordeeling van het laatstgenoemde werk te beginnen.

Dit boek bestaat uit een Inleiding (blz. 1—51), bestemd voor wie van wetenschappelijk
standpunt rekenschap van den schrijver verlangt, een Overzicht (blz. 52—87), waarin de
uitkomsten van ’s schrijvers onderzoek op beknopte en zakelijke wijze worden medegedeeld,
en een aantal goedgeslaagde platen, die ook op zich zelf reeds een algemeen overzicht
geven over de voortbrengselen der pottebakkerij in Nederland van de vroegste tijden af
aan tot aan de middeleeuwen toe. De origineelen, waarnaar de hier gereproduceerde
teekeningen vervaardigd zijn, bevinden zich grootendeels in het Museum te Leiden zelf;
echter vindt men hier ook een aantal voorwerpen uit andere musea of uit particuliere ver-
zamelingen afgebeeld, zooals uit Amersfoort, Assen, Enschede, ’s Hertogenbosch, Leeuwarden
Nijmegen enz. Uit het Museum te Utrecht is slechts één stuk afgebeeld, nl. een Merovingisch
potje (Pl. IX, 8), dat echter niet, zooals op blz. 65 gezegd is, uit Utrecht zelf afkomstig

175
loading ...