Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 1.1908

Page: 8
DOI issue: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1908/0022
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
veel aanteekeningen te maken en kon zelfs niet alle schilderijen bekijken met die rust,
die noodig is voor het geven van een goed overzicht. Men verontschuldige mij derhalve,
wanneer ik hier beken, dat Laquy’s copieën naar Dou mij ontgaan zijn. Ik ken ze slechts
van vroeger. Zij zijn kunsthistorisch interessant als copieën naar een triptiek van Dou,
die op reis naar Rusland in de Oostzee is vergaan. Ook over de andere schilderijen moet
ik — om gemelde reden — kort zijn in dit eerste overzicht.

Zeer fraai is de Adviaen van de Velde, die aan den linkerzijwand hangt. Dit voluit
gemerkte en 1669 gedateerde werk behoort tot de allerbeste scheppingen uit die periode
van dien schilder. Een uitnemend schilderij leek mij ook Wouwerman s Stal, rechts in den
hoek naast de Voorde, een met het monogram (met de S) gesigneerd meesterstuk uit zijn
laten tijd. Verder behooren nog tot den aankoop:

Twee schilderijtjes van Jan Asselijn. Het eerste, een Italiaansche haven, draagt geen
handteekening, het tweede, het Gewelf van het Coliseum, is gemerkt: J. Asselin (sic).
Zij zijn van gewone kwaliteit. Van Anton van Dyck zijn er twee grauwtjes bij, geen van
beide gesigneerd, voorbeelden blijkbaar voor portretten zijner Iconografie. Ze stellen den
schilder zelf voor en Gaspar Gevaerts. Het portret van laatstgenoemde dunkt mij het
beste van de twee. Een dergelijk, iets grooter grauwtje, het portret van Francois Villain
de Gand door Lucas Francois, is evenmin gesigneerd. Een landschap van Jacob Esselens
(gemerkt J. Esselens) en een zeer goed bewaard voluit gesigneerd landschap van Guilliam
de Lieusch, zijn, evenals de groote Hondecoeter (Pluimgedierte, gemerkt en gedateerd 1658)
zeer karakteristieke werken dier meesters, evenals Lingelbach’s Terugkeer van de Markt
(gemerkt), Mignon s voluit gesigneerde, uitermate gave Stilleven, Pijnacker’s, eveneens ge-
merkte, Riviergezicht en de beide voluit gemerkte stukjes van Godfried Schalcken, de Citroen
en de Haringkoopvrouw. De kleine, niet gemerkte Vanitas van Van der Werjf zou een
Schalcken kunnen zijn.

Het J. W. F. gemerkte Vruchtenstuk van den zeldzamen J. Walscapelle is een
goede aanwinst voor het museum, de Groenwinkel de Buyskool van Jan Victors (gem.
en gedateerd 1654) is daarentegen een van die onsympathieke werken, zooals er reeds
twee in de verzameling-Van der Hoop hangen, hinderlijk van kleur en opzet, als een
lithografie uit een kinderboek uit de tachtiger jaren.

Na het noemen van Van Staveren's copie naar den Dokter van G. Dou, D. van Tol’s
Binnenhuis (beide niet gemerkt), Michiel van Musscher s zeer karakteristieke portret van
een scheepsbevelhebber (voluit gemerkt en 1678 gedateerd) en Cornelis Troost’s 1735
gedateerd portret van Boerhave, rest mij nog te wijzen op Rubens’ Noli me tangere, dat
in de internationale zaal hangt.

Ook deze schilderij komt hier veel beter uit dan in het voor zulk een groot stuk wat
kleine zaaltje op de Heerengracht, waar het bovendien vrij hoog hing. Behalve de prachtige
kwaliteiten, die vooral zijn op te merken in hoofd en handen der Magdalena en in de kleur-
verdeeling (het rood van Christus’ mantel tegen de teere vleeschkleuren) is het vooral de
forsche vóórteekening, die in deze schilderij het meest aantrekt, al wegen deze eigenschappen

8
loading ...