Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 1.1908

Page: 98
DOI issue: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1908/0112
License: Free access  - all rights reserved Use / Order

0.5
1 cm
facsimile
historische en tevens kunsthistorische waarde te publiceeren en in reproductie vast te leggen,
of een smakelijk allegaartje van fraaie platen te bereiden, of eindelijk, zonder veel keuze
van mooi en leelijk, een chronologisch beeld van de intérieurs der oude Nederlanders te
geven. Maar hoe dan ook, één of ander plan moet er zijn en is het er, dan wordt het
aanstonds wenschelijk dit plan ook ergens in korte trekken te omschrijven.

Daar de toelichting zich echter in dit geval uitsluitend tot titels beperkte, weten
we niet recht waaraan we ons te houden hebben en dat maakt de taak van den beoordeelaar
zoo moeilijk. Immers we kunnen kwalijk aannemen, dat onder zulke serieuze auspiciën niet
beter dan een »min of meer smakelijk allegaartje” bedoeld was. En daar lijkt dit toch voor
den onbevangen toeschouwer het meest op.

Naast aardige kijkjes als in die van de regentenkamer in het Deutzenhofje te
Amsterdam (N°. 1), de Archief kamer te Leiden (21—22), de kap van het raadhuis te
Zierikzee, de regentenkamer van het Elizabethsgasthuis op het Groot heiligland te Haarlem
(15—16), de voorhal uit Haarlem’s stadhuis (12—13), de regentenkamer in het Burger-
weeshuis te Amsterdam, de raadzaal te Haarlem e. a. m. (b.v. de Nos. 29, 23, 42, 49, 7,
46, 27, 26), zijn er andere foto’s waaruit noch de echtheid en oudheid van het geheel
U overtuigend tegemoet komt, noch zelfs de harmonie van de nieuwe schikking U op
andere manier weldadig aandoet. Ik noem hier als voorbeelden maar eens: N°. 28, De
zaal uit de Technische Hoogeschool te Delft. Ja, de ondergeteekende zelf heeft, toen de
Heer Lecomte nog niet lang geleden begonnen was eenige voorwerpen voor het onderwijs
zoo aardig en leerzaam bijeen te brengen, heel wat aardige uren op dit mooie teekenzaaltje
gesleten en in den hoek met den schoorsteen, die er toen nog minder avontuurlijk uitzag,
veel pleizier gehad, maar, dat het geheel een Oud Binnenhuis was heeft hij toch nu pas
voor ’t eerst gehoord. En hoezeer ook geneigd zooiets op goed gezag te gelooven, begrijpt
hij toch maar aldoor niet, hoe in dat geautoriseerde »Oude Binnenhuis” een schouw is
terecht gekomen waarvan het fries uit deelen van gesloopte kastmeubelen, en nog wel van
verschillende gesloopte meubelen, schijnt te bestaan. Voor wie het wéét is ’t geen bezwaar
zal men zeggen. Ja, maar de foto doet slechts gissen en laat alleen geen twijfel over ’t feit,
dat hier géén schouw is zooals men die in een rechtgeaard 17d’eeuwsch huis kan aantreffen.
Wij nemen hier echter duidelijkheidshalve het allerergste voorbeeld. Er zijn er ook waar
het gevaar voor copieeren van valsche gegevens — want daartoe leidt zulk een werk allicht —
minder groot is, maar die ons tóch niet tot een genoegelijk vertrouwen brengen. Zoo het
gerestaureerde vertrek van het metselaarsgilde, boven de St. Anthoniespoort (waag) te
Amsterdam (N°. 3), de intérieurs uit de bierbrouwerij ’t Scheepje aan ’t Spaarne (N°. 7)
met Louis XV-stoelen in een wat vreemd 17d’eeuwsche omgeving, met een kerfsnee-kistje
op den vloer (!) ; zoo de gang uit ’t kasteel te Amerongen, waarvan alleen ’t gewelf oor-
spronkelijk tot het geheel behoort en die door het rijke ameublement meer op een particulier
museum dan op een «Binnenhuis” gelijkt, waarin dan de hooge bloemglazen wel heel frisch
staan, maar er toch weer niet erg in passen. Ook de voorhal uit ’t zelfde kasteel met de
stillevens van kanonnen, trommen, bloemen, een gong en een slede (?) herinnert eer aan een

98
loading ...