Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 10.1917

Page: 110
DOI issue: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1917/0122
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
Ook de herstelling van den post voor onvoorziene uitgaven ad ƒ1.500.— komt
den Minister wenschelijk voor, om daaruit kleine bedragen, die in den loop van het jaar
noodig mochten blijken voor de restauratie van minder groote monumenten, te kunnen
kwijten. In het geheel wordt nieuw aangevraagd een bedrag van ƒ27.400.— of met het
op art. 193 uitgetrokken bedrag in totaal ƒ 144.550.— d. i. nog ƒ31.650.— minder dan
op de oorspronkelijke begrooting voor 1915 en ƒ8.650.— minder dan op de gewijzigde
begrooting voor dat jaar.

In het voorl. verslag werd andermaal ’s Ministers aandacht gevestigd op twee
bouwwerken, waarvan de instandhouding dringend Rijkssteun behoeft, n.1. de Ned. Herv.
kerk te Voorhout, voor de restauratie waarvan de provincie Zuid-Holland reeds eenigen
steun verleende, en den Gevangentoren te Megen. Ook werd voor subsidie aanbevolen
de kerktoren te Zuidland, welk monument gedeeltelijk door den bliksem is vernield en
uit de assurantiepenningen niet kan worden hersteld, terwijl de gemeente niet in staat is
de kosten daarvan te dragen. De Minister deelde mede, dat enkele jaren geleden de
kerkvoogden der Ned. Herv. Gemeente te Voorhout een Rijkssubsidie ten behoeve van
hun kerkgebouw verzochten. Het ingewonnen advies van den Rijksarchitect voor de
monumenten luidde gunstig. De gelegenheid ontbrak echter, om onmiddellijk aan het
verzoek te voldoen. Intusschen was het kerkbestuur op eigen gelegenheid met de restauratie
begonnen zonder voeling te houden met het Rijksbureau voor de monumentenbewaring
en zonder dat daarop van Rijkswege toezicht kon worden gehouden. Toen in den zomer
van 1914 het werk voltooid was, bleek dan ook, dat de gevolgde wijze van restaureeren
geenszins de goedkeuring van den Rijksarchitect kon wegdragen. Onder deze omstandig-
heden kon de Minister geen vrijheid vinden, om ten behoeve van deze restauratie alsnog
een Rijkssubsidie aan te vragen.

Op den Gevangentoren te Megen blijft de aandacht der Regeering gevestigd. De
Minister hoopt op een der eerstvolgende Staatsbegrootingen een subsidie voor de restauratie
van dit monument uit te trekken. — Omtrent de toren te Zuidland is den Minister niets
bekend; een subsidieaanvraag kwam aan zijn Departement niet in.

II. MUSEA.

In het voorl. verslag werd opgemerkt, dat vooral het vervallen van de posten
betreffende aankoop voor de musea onherstelbaar nadeel kan veroorzaken, doordien men
de gelegenheid moet laten voorbijgaan, zich in het bezit te stellen van kunstwerken, die
ter afronding onzer verzamelingen van blijvende beteekenis zijn. Men wees er op, dat de
Regeering, door op dit punt de uiterste zuinigheid te betrachten, de uitbreiding onzer
collecties groote schade doet en stelde daartegenover de gemeenten, die voor den aankoop
van kunstwerken bestemde credieten handhaafden ; zelfs verleende de gemeente ’sGravenhage
onlangs een extra crediet voor aankoop van de collectie aardewerk van Colenbrander. Richt
men den blik naar het buitenland, dan moet het treffen, dat zelfs oorlogvoerende landen niet
aarzelen, belangrijke sommen voor completeering hunner verzamelingen beschikbaar te stellen.

110
loading ...