Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 10.1917

Page: 234
DOI issue: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1917/0246
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
zijns vaders haar aanzienlijk uitbreidde en elke gelegenheid dankbaar aangreep om haar
vollediger te maken en de minder fraaie exemplaren door betere te vervangen.

Sedert ongeveer 1860 was deze zoon, P. J. van Dijk van Matenesse, de latere
burgemeester van Schiedam, dan ook »de” specialiteit voor legpenningen; geen variëteit
of stempelverschil ontging hem, de penningveilingen, zoowel in Noord- als Zuid-Nederland,
werden regelmatig door hem bezocht en niet spoedig liet hij een stuk, van belang voor
zijn verzameling loopen. Na den dood van zijn vriend en mede-verzamelaar van leg-
penningen J. P. van der Auwera (f 1881), kocht hij diens geheele verzameling aan,
terwijl hij ook uit de collectie van Dr. J. F. Dugniolle, den schrijver van »le Jeton
historique des dix-sept provinces des Pays-Bas”, vele der belangrijkste stukken verkreeg.
In twee artikelen, verschenen in de Revue beige de Numismatique van 1885, beschreef
Van Dijk eenige der belangrijkste stukken uit zijn verzameling. Maar niet alleen tot
legpenningen voelde hij zich aangetrokken, ook de Nederlandsche munten, penningen en
noodmunten genoten, vooral toen hij pas begon te verzamelen, zijn belangstelling. Hier
was zijn doel niet complete seriën bijeen te brengen, maar kocht hij bij voorkeurstukken
aan, die door fraaie conservatie uitblonken of wel belangrijke historische gebeurtenissen
of personen herdachten. Tot omstreeks 1898 is de verzameling regelmatig uitgebreid,
korten tijd daarop brak voor den kundigen verzamelaar een tijd van lang en bitter lijden
aan, waaraan de dood eerst in 1905 een einde maakte. De verzamelingen werden sedert
door de weduwe bewaard, maar niet verder uitgebreid. Toen nu begin van dit jaar ook
deze kwam te overlijden, besloten de erven de verzamelingen te verkoopen. De gedurende
een 70-tal jaren bijeengebrachte verzameling Nederlandsche legpenningen werd door mij
voor het Kon. Penningkabinet aangekocht en vereenigd met de zich reeds in het Kabinet
bevindende stukken, terwijl de dubbelen van de hand werden gedaan. Het overige
gedeelte der verzameling werd, met uitzondering van eenige weinige stukken, die door
een der familieleden werden aangekocht, en van de penningen op Schiedam betrekking
hebbende, die door het museum dier stad werden verkregen, te Amsterdam geveild.

Het drukke bezoek op de kijkdagen, deed reeds verwachten, dat er voor de veiling
veel belangstelling zou zijn, en, al miste men in de ruime veiling-zaal in de Doelenstraat
de bekende figuren der Brusselsche en Frankforter munthandelaren, toch was de opkomst,
vooral met het oog op het kleine aantal penningverzamelaars en -koopers hier te lande,
zeer bevredigend. De goede naam, waarin de verzameling zich zoo lang mocht verheugen,
scheen nog niet te zijn vergeten en naast onze verzamelaars deden verder de beheerders
van een aantal stedelijke verzamelingen eene poging, om de belangrijkste munten, penningen
of noodmunten, op hunne stad betrekking hebbende, te verkrijgen.

Voor de penningen betreffende den 80-jarigen oorlog, een 100-tal nommers tellende,
bleek reeds dadelijk veel belangstelling. Een zeer zeldzaam stuk, op het nemen van Grol
en Bredevoort door Prins Maurits in 1597, door de Staten van Zutfen geslagen (56) 2) 1

1) De tusschen haakjes geplaatste nummers, zijn die uit den Catalogus.

234
loading ...