Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 2.1909

Page: 10
DOI issue: DOI article: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1909/0022
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
half vergaan stukje papier is geplakt, waarop fragmenten van een korte biografie van Dou,
in het Italiaansch, met inkt geschreven vermoedelijk in het begin der negentiende eeuw.
Misschien kan uit informaties bij Dr. Paoletti blijken, hoe de schilderij naar Italië is
gekomen. Niet onmogelijk is het, dat dit reeds tijdens Dou’s leven is geweest, tegelijk
misschien met zijn zelfportret, dat — ni fallor,— reeds vóór Dou’s dood in de schildersportretten-
verzameling der Uffizi was opgenomen. Bekend is trouwens de voorliefde van Cosimo III
van Toskane voor Dou’s kunst]) en zoo is het vinden van een Dou te Florence niet zóó
onbegrijpelijk als in het eerst zou kunnen schijnen. Het zou tevens verklaren, dat van deze
schilderij geen stamboom met zekerheid is aan te wijzen.

Er is maar één ding, dat een bezwaar is tegen de schilderij, zooals ze nu is. Dat
is de lijst. De breede platte gouden bies binnen in de lompe ebben (?) lijst werkt, tezamen
met dat doffe hout, moordend op de fijne nuanceeringen van licht en donker van het
precieuse stukje. Hier behoort een met zorg gekozen gouden lijstje om waarin men het
rustig kan genieten.

Den Haag, Maart 1909. W. MARTIN.

PIETER. CORNELISZ. KUNST, GLAS-SCHRIJVER EN.SCHILDER?

«Cornelis [Enghebrechtsz.] hadde noch twee soonen schilders, tijdtghenooten van
«Lucas [van Leyden], en eenen die den oudsten was, genaemt Pieter Cornelisz. Kunst,
«was een glas-schrijver, daer Lucas voornoemt veel ghemeensaem mede was in de oeffeninghe
«der Teyckenconst, soodat hij mede uytnemende was in glas-schrijven» (van Mander, «Het
Schilderboek», 1618, fol. 133a).

In een noot tot zijn allerbelangrijkst Lucas van Leyden-artikel in «Oud-Holland» 1 2 3)
heeft Dülberg alles, wat wij van den in bovenstaand van Mander-citaat genoemden glas-
schilder weten ;!), bijeengebracht. Pieter Cornelisz. Kunst moet dan, volgens hem, + 1490
als oudste zoon van Lucas van Leyden’s leermeester, Cornelis Enghebrechtsz., geboren zijn.

Op de Leidsche schutterslijsten komt hij met den titel schilder vóór. Eerst vinden wij
hem, op de lijst van 6 Maart 1514, onder de «jonge scutten» vermeld. Dan, op die van 7 Mei
1519, onder de cloverscutten, de van vuurroeren voorziene schutterij, die sedert 1511 de hand-
boogschutterij — afgeschaft omdat «die hantboghe van seer cleyne weer ende defensie» waren —
verving. In het jaar 1523 leverde hij den Regent van Marienpoel, Pater Lambert Johansz.
een klein glas, waarop voornamelijk een wijngelag voorgesteld was, voor 12 stuivers4).

1) Zie mijn proefschrift blz. 81 en Ned. Speet. 1878, blz. 214, 1879 blz. 232.

2) «Die Persönlichkeit des Lucas van Leyden», XVII (1899) pag. 66, noot 1.

3) Dank ook Taurel in «De Christelijke Kunst in Holland en Vlaanderen» (I, 191, 192) en
Hijmans in de aanteekeningen bij zijn van Mander vertaling (I, 123).

4) Leidsch archief, Rekeningen van Marienpoel (1519—1529; 1532—1537):

Peter Cornelisz. tot Leiden, voir een clein glaesken gescreven, staande in de nedercamer met
wijngelach en anders XII st.

10
loading ...