Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 2.1909

Page: 50
DOI issue: DOI article: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1909/0062
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
Vermelden wij ten slotte nog, dat het gebouw bekroond wordt door een open
koepeltje, dat eerder aan een tuinversiering doet denken, en dat ook de reeds genoemde
rotonde achter de peristyle, hoewel als — zij het aan anderen ontleende — gedachte niet
slecht, in uitvoering voor de ruimte veel te zwaar en door de overgroote staande figuren,

die de architraven boven de deuren heeten te dragen, te plomp is, dan kunnen wij niet

ontkomen aan de gevolgtrekking, dat het tegenwoordig raadhuis als kunstwerk geen aan-
spraak kan maken op behoud en dat het hoogstens hiervoor in aanmerking zoude komen
als waarschuwing voor toekomstige bouwmeesters, hoe men geen goedkoop succes mag
trachten te verwerven door een pompeuse navolging van een vreemd kunstwerk, zonder

verband met de eischen van den dienst, waarvoor het gebouw bestemd is, en zonder

verband met de omgeving, waarin het geplaatst wordt.

Het inwendige van het gebouw vertoont eenige niet onverdienstelijke details in de
empire raadzaal en de Grieksche witte Kamer, doch ook deze zijn niet van zoo hooge
beteekenis, dat hun verlies al te zeer te betreuren zoude vallen. Waarschijnlijk zoude althans
een deel hiervan bij de afbraak wel te redden vallen, gelijk met de schoorsteenmantel in
Witte Kamer, het empire klokje aldaar en het L. XV klokje op de Finantiekamer.

J. C. OVERVOORDE.

DE GROOTE ZAAL TE WOERDEN.

Reeds dikwijls is de aandacht gevestigd op het groote belang der zegels. Deze
kleine afdrukken leveren ons producten onzer oude kunst, die dikwijls hooge artistieke
waarde hebben en wier belang voor de kunstgeschiedenis nog zeer toeneemt door het
feit, dat zij altijd naar tijd en plaats volkomen juist bepaald zijn, hetgeen met producten
der kleinkunst anders bijna nooit het geval is. Prof. Six heeft dit belang voor een paar
jaren uitvoerig betoogd en aangedrongen in eene interessante voordracht in de sectie-
vergadering van het Provinciaal Utrechtsch Genootschap, die geleid heeft tot het uitschrijven
eener prijsvraag, waarop helaas nog geen antwoord is ingekomen.

Maar ook uit een ander oogpunt beschouwd, zijn de zegels soms van groot belang,
en al spreekt dit belang minder duidelijk dan het eerst vermelde, toch is het gewenscht,
dit niet te licht te tellen. Ik bedoel de waarde der zegels als afbeeldingen van middel-
eeuwsche voorwerpen. Dat de persoonsaf beeldingen op zegels dikwijls interessante gegevens
bevatten voor de geschiedenis van het kostuum, is niet onopgemerkt gebleven. Nu en
dan heeft men de zegels ook willen gebruiken voor de studie onzer oude bouwkunst,
door oude op zegels afgebeelde gebouwen te reproduceeren en te reconstrueeren. Maar
dit laatste procédé heeft toch ook bedenkingen wakker geroepen; men heeft wel beweerd,
dat uit niets bleek, dat eene op een zegel voorkomende kerk juist eene afbeelding vertoonde
van een bepaald gebouw en niet eerder beschouwd moest worden als eene fantasie, die
alleen bedoelde aan te geven, dat in het algemeen eene kerk, een burg of iets dergelijks

50
loading ...