Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 3.1910

Page: 61
DOI issue: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1910/0073
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
DE KERK VAN ETTEN (IN N.-B.).

In hun »Tweede Jaarverslag" (1 Juni 1874—1 Mei 1875) berichtten de Rijksadviseurs
over deze kerk (blz. 13):

»Herstellingswerken aan deze kerk leidden tot het vragen van inlichtingen aan den heer Hezenmans,
Correspondent. De kerk dagteekent uit de XVe eeuw, en bestaat uit één schip, voorzien van 13 licht-

vensters. In 1821 heelt men haar verbouwd.....De spitsbogen der vensters zijn toen digtgemetseld

en door houten rondbogen vervangen; inwendig heeft men de gewelven geheel aan het oog onttrokken
door een plafond met stukadoorwerk, terwijl dorische pilasters langs de wanden geplaatst werden. De
toren is op de grondslagen van een ouderen in 1771 gebouwd door Philippus Willem Schonck, architect
van Prins Willem V . . . De toren, welken de
voorgenomen werken betroffen, heeft evenmin
als de kerk eenige waarde."

Toen ik in Augustus 1906 Etten bezocht
voor de inventarisatie der monumenten, trof
het mij al dadelijk, dat de toren, al is
hij dan ook niet de oorspronkelijke, een
verdienstelijk werk mag heeten. Zijne
plaatsing is zoodanig, dat, van den publieken
weg, eigenlijk alleen de klokkenkamer en
de spits worden gezien. De architect heeft,
in overeenstemming met dit gegeven, den
baksteenen onderbouw uiterst sober be-
handeld en al zijn aandacht gewijd aan de
bekroning, waarvoor hij — een blik op
afbeelding 1 bewijst het — een sierlijke
oplossing heeft weten te vinden.

De kerk zelve is inderdaad in haar
tegenwoordige gedaante verre van fraai.
Maar zij geeft, bij nader bekijken, een paar
raadsels op, die de aandacht verdienen. In Afb L Raadhuis en kerktoren te Etten.

de eerste plaats blijkt al dadelijk, dat zij

niet meer is dan een deel van het choor der vroegere kerk — zoodat de toren niet kan
staan »op de grondslagen van een ouderen" — en vervolgens zijn er onmiskenbare aan-
wijzingen, dat dit choor vroeger een driebeukigen aanleg heeft bezeten, een dispositie, die
voor een dorpskerk zeker niet alledaagsch is te achten.
Ik noteerde dan:

5>De kerk, waarvan dit choor deel heeft uitgemaakt, moet, voor een dorp, zeer groot zijn geweest. . .
Het choor heeft een driebeukigen aanleg gehad, doch vermoedelijk slechts tot de ombuiging, daar de
veelhoekswanden geene sporen vertoonen van in de plaats van boogstellingen te zijn gekomen. De
zijbeuken van het choor zullen dus geen omloop hebben gevormd doch afzonderlijke sluitingen hebben
bezeten .... Dit alles later nader te onderzoeken."

61
loading ...