Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 3.1910

Page: 207
DOI issue: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1910/0219
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
OLIEVERF EN VERNIS1).

Het is mij opgevallen dat bij beschouwingen over glacis en vernis wel eens wat
te veel onderscheid gemaakt wordt in zaken waartusschen geen exentieel verschil bestaat.

Olieverf, bevat zooals de naam aanduidt, een olie, en wel eene zoogenaamde drogende
olie, d.i. eene verbinding die door opname van zuurstof, oxydeert tot een hars.

De oxydatie bereikt bij normale temperatuur een grens, zóó dat practisch op een
gegeven oogenblik van stilstand in de verharsing gesproken kan worden.

De grens die bereikt wordt hangt echter af van de temperatuur, en de oxydatie
gaat met temperatuursverhooging steeds door, onder, blijkens de kleurverandering der
harsen intredende, wijziging der samenstelling, om ten slotte door overvloedige koolstof-
afscheiding een zwart product te geven.

Ten onrechte wordt wel eens beweerd dat de harsen die door oxydatie van lijnolie
ontstaan niet oplosbaar zouden zijn. Ook zeer oude of bij hooge temperatuur verharste
lijnolie lost bijv. in warme terpentijn op, maar langzaam.

Dat olieverf zooals die op schilderijen voorkomt zoo sterk is, komt dan ook hoofd-
zakelijk door de innige verbinding met de uiterst fijne verf korreltjes, waarom de verharste
olie als een cellenweefsel heensluit, en waaraan die korreltjes zeer hecht vast zitten.

Is de korrel om zoo te zeggen dicht gezaaid, zoo is de laag niet transparant, maar
is de verf goed gemengd, doch dun, dan is ze transparant.

De verf korreltjes zijn dan opgesloten in grootere doorschijnende harscellen, die
tengevolge de brekings- en terugkaatsingsverschijnselen, naast wit licht, ook licht van de
kleur der verfkorrels doorlaat, terwijl eveneens althans waarschijnlijk, de verfkorrel zelf
transparant is door de verhouding van de brekingsindex van het licht in de korrel en in de hars.

Ik verwijs hierbij naar glaspoeder dat ondoorschijnend is, doch in een kolfje met
water doorschijnend wordt.

Naarmate er nu minder korreltjes verf aanwezig zijn is de harslaag minder bestand
tegen een oplossingsmiddel, respectievelijk tegen verbrokkeling.

Dezelfde verharsing die bij lijnolie intreedt, komt in de natuur voor bij verschillende
oliën die in planten aanwezig zijn, en die uit wonden welke in de stam ontstaan of aan-
gebracht zijn, sijpelen, en aan de lucht door een geoxydeerd laagje worden omgeven. Dit
zijn de producten die men in den handel harsen en balsems noemt, al naarmate het gehalte
aan nog niet geoxydeerde olie kleiner of grooter is.

Wordt de balsem gekneed, of met een voor verdamping vatbaar oplossingsmiddel
vermengd en uitgestreken, dan treedt na verdamping van het oplossingsmiddel, bijv. terpentijn,
onder gelijktijdige verdamping van een deel der olie, de oxydatie van de overblijvende olie in.

1) Wij brengen deze belangrijke mededeelingen gaarne tot de kennis der lezers, maar willen niet
nalaten er den nadruk op te leggen, dat proefnemingen in de door den schrijver gewenschte richting
natuurlijk behooren te geschieden op geheel waardelooze voorwerpen; want zonder gevaar lijken zij
ons niet. , Red.

207
loading ...