Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 3.1910

Page: 146
DOI issue: DOI article: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1910/0158
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
omgeven door eene randversiering, zonder omschrift. De origineele zilveren munten hebben
een rand van lelieschildjes en het omschrift -j" TVRONVS CIVIS. De keerzijde vertoont
het Carolingische kruis en een omschrift uit eenige boogjes en streepjes samengesteld,
terwijl de buitenrand op dezelfde wijze versierd is als die der voorzijde.

Het kleinste afgebeelde muntje is duidelijk te herkennen als de »Obole Tournois".
De voorzijde (hier niet afgebeeld) heeft wederom het kasteeltje of kerkje met dezelfde
versiering als op het voorgaande stuk, terwijl de afgebeelde keerzijde het Carolingische
kruis vertoont met dezelfde rand tot versiering, als op de voorzijde gevonden wordt.

Bij Hoffmann x) pl. X, 14 wordt een Obole Tournois afgebeeld, waarop onze
graveur zich vermoedelijk wel geinspireerd zal hebben.

Het laatste afgebeelde stuk vertoont aan de voorzijde eene verbasterde voorstelling
van een kasteeltje of kerkje, met rechts en links een kruisje. De keerzijde heeft de zelfde
type als de afgebeelde keerzijde van de Obole Tournois: een Carolingisch kruis, omgeven
door een rand van boogjes.

Een dergelijk stuk, ook van lood, wordt bij v. d. Chijs pl. XX, 15 de Belfort3)
5772* en in den veiling-catalogus Joh. W. Stephanik (1904) p. 3 N°. 84 afgebeeld.

Waartoe kunnen nu die stukken gediend hebben en waar zijn ze vervaardigd ?
Aan »valsche munten" moet hier zeker niet gedacht worden, daar de vervaardiger dan
zeker wel getrouw bestaande munten zou hebben nagebootst en allicht een meer op zilver
gelijkend metaal zou hebben gebezigd. Uit de omstandigheid, dat een groot aantal der
sub I beschreven stukken nog niet van elkander gescheiden waren en dus nog niet »voor
het gebruik gereed", valt m. i. of te leiden, dat de munten niet ver van de vindplaats
gegoten moeten zijn, en daarna werden «weggestopt". Maar — waarom? Hebben ze
misschien dienst gedaan als speel- of rekenpenningen, die op het Valkhof zelf vervaardigd
zijn? Voor kerkelijk gebruik zullen ze wel niet bestemd geweest zijn, daar er dan allicht
een of andere heilige of kerkelijk symbool op zou voorkomen.

Mij komt het 't waarschijnlijkst voor, dat deze merkwaardige loodjes voor tel- of
rekenpenningen gediend hebben, gecopieerd naar bestaande munten, even als dit met de
oudste Fransche »jetons" en de Neurenbergsche »rechenpfennige" het geval was.

's-Gravenhage. A. O. VAN KERKWIJK.

STEDELIJK MUSEUM TE HAARLEM.

In de vergadering van den Raad der gemeente Haarlem van 18 November 1908
is een voorstel van B. en W., om voor den museumbouw op de gronden van het voor-
malige gereformeerde weeshuis ƒ210.000 beschikbaar te stellen, aangehouden. B. en W.
hebben toen aan den directeur van Openbare Werken opgedragen, zijn plannen voor den

1) H. Hoffmann. Les Monnaies royales de Franco. Paris, 1878.

2) A. de Belfort. Description générale des Monnaies mérovingiennes. Paris, 1892. 4 vol.

146
loading ...