Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 3.1910

Page: 171
DOI issue: DOI article: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1910/0183
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
beschrijving van het opwerpen van een zandheuvel vindt men in den »Ilias", 23 r. 255,
Daar staat*) :

»Daarna bakenden zij in een cirkel rondom den brandstapel den grafheuvel af en
legden de steenen voor de fundamenten er neer en terstond wierpen zij den grafheuvel
op. Toen, na den grafheuvel opgeworpen te hebben, wilden zij weder terug gaan — etc."

Op eenzelfde manier zijn ook de grafheuvels op de Doorwertsche hei opgeworpen —
dit is op de meest primitieve en als van zelf sprekende manier; ook het kind, dat
een berg van zand gaat maken, trekt met zijn schop een cirkel, waarbinnen hij het
zand gaat gooien.

In landen, waar de bodem rijk aan steenen is, zullen heel natuurlijk steenen worden
gebruikt ter afpaling, hetgeen men in Zuid-Duitschland heeft opgemerkt. Maar ook zonder
steenen zal de grondvorm bewaard blijven, door de kleur van de aarde, die afgesloten
van licht en lucht een donkerder tint krijgt.

De tumuli der Doorwerthsche heide dienden, gelijk in den »Ilias", tot bedekking
der beenderen, niet tot bijzetting der dooden. Zij zijn in waarheid grafheuvels, — de
eerste in ons land, waar men bij den klokbeker sporen van crematie vindt en bij steenen
voorwerpen een dolk van koper. Daarom verdienen zij met recht bekend te worden.

's-Gravenhage, October 1910. J. GOEKOOP-DE JONGH.

NICHT REMBRANDT SONDERN MAES.

Im Musée Condé in Chantilly befindet sich eine Rötelzeichnung eines jungen
indischen Madchens (Abb. 1). Sie steht in Dreiviertelansicht nach links vorn und ist bis
zu den Knien sichtbar. Die Linke stützt einen groszen flachen Korb gegen die Hüfte;
die Rechte halt die Bander ihres breitrandigen Strohhutes angespannt. Hofstede de Groot
sprach bereits in seinem Buch über die Handzeichnungen Rembrandts (Nr. 572 «Junge
Frau") Zweifel an der Richtigkeit der Zuschreibung dieses Blattes an Rembrandt aus.

Bei einem Besuch der Sammlung des Sir Frederick Cook in Richmond sah ich
nun das lebensgrosze Bild eines jungen Madchens (Katalog 1907 Nr. 173) in
derselben Stellung, ahnlichem Kostüm und mit gleichem Beiwerk von Nic. Maes.
(Abb. 2). Dasz zwischen diesem Gemalde und der Zeichnung ein sehr enger Zusam-
menhang besteht, lehrt schon ein flüchtiger Bliek auf die beiden Abbildungen. Die am
Gemalde zu konstatierenden hauptsachlichsten Veranderungen sind folgende: Der Typus
des Madchens ist nicht indisch, sondern europaisch-hollandisch. Die Kleidung ist eleganter,
ja vornehm; der breite Strohhut hat einem geschmückten Eilzhut Platz gemacht; über den
rechten Arm fallt ein Mantel leicht herab; um den Hals tragt sie zwei Reihen Perlen.

1) Homerus' »Ilias", in proza vertaald door Dr. W. G. van den Weerd. Amsterdam, S. L. v. Looy, 1904.

171
loading ...