Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 3.1910

Page: 173
DOI issue: DOI article: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1910/0185
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
blattern seiner eigenen Skizzenmappe wieder zu Gesicht bekam. Um nun zu einem definitiven
Schlusz zu kommen, mussen wir uns etwas naher die Zeichenweise des Blattes in Chantilly
ansehen. Die ganze Darstellung und ihre einzelnen Teile sind mit kurzen sicheren Strichen
umrissen; dann wird die Figur durch kraftige Schattenlagen plastisch herausgehoben, und
das Körperliche der im Licht befindlichen Teile durch Schraffierung betont. Drittens hat
der Künstler bei manchem Nebensachlichen langer als nötig verweilt, so beim Korb;
aber auch bei wichtigeren Dingen, z. B. beim Kopf und der Haarfrisur, begnügte er sich
nicht mit dem für die beabsichtigte Wirkung durchaus Erforderlichen, sondern man
bemerkt auch hier seine Freude am Detail. Dazu ist diese Detailzeichnung noch flüchtig
und benachteiligt den Gesamteindruck. Alle diese Merkmale sind aber für die Zeichnungen
von Maes charakteristisch. Aus diesem Grunde glaube ich die Zeichnung in Chantilly
Maes zurückgeben zu dürfen.

KURT ERASMUS.

MAURITSHUIS.

Sedert de vorige opgave is het Mauritshuis tijdelijk verrijkt met twee schilderijen,
die wij hierbij afbeelden, omdat een ervan tot heden geheel, het andere vrijwel onbekend
was. Immers het binnenhuis van Pieter de Hooch (afb. 1), door den Heer Preyer in
bruikleen gegeven, is in Hofstede de Groot's de Hooch-catalogus ]) weliswaar vermeld,
doch niet beschreven. Het was, toen Hofstede de Groot het opnam, in de sedert verkochte
verzameling Yerkes te New-York.

De schilderij, die 53 c.M. hoog en 47 c.M. breed is, is op doek geschilderd. Het
is een zeer karakteristiek werk uit den laten tijd van den schilder, vrij donker, maar niet
zoo zwart in de schaduwen als b.v. de schilderij in de verzameling Steengracht. Het meisje
is in het licht-blauw gekleed, met wit schort en ondermouwen, de jonge man in 't zwart.
Hij draagt een bruinen hoed en witte bef en ondermouwen. Boven hem aan den muur
hangt een zeestuk in den trant van Jacob Ruisdael.

Het gordijn vóór het raam is zalmkleurig rood, het eenigszins Vermeer-achtig
behandelde tafelkleed vertoont in hoofdzaak vermiljoen en geel-oker, daarbij ook ultra-
marijn en donker, bruinachtig zwart. De stoel is met effen roode stof bekleed.

De tweede schilderij (afb. 2) is, door de welwillende bemiddeling van Graaf Micielsky,
in bruikleen gegeven door Graaf Eduard Raczynski, die op het slot Rogalin in Posen
woont. Het is eveneens op doek geschilderd, hoog 71 c.M., breed 59V2 c.M., en vrijwel
geheel in grijs en bruin behandeld. Het jongmensch heeft blond haar, ziet zeer bleek en
heeft nauwelijks rood in de lippen. De schildering is geheel Rembrandtiek, vooral in den
kop en de hand. Het wil mij voorkomen, alsof er later hier en daar in den kop ge-
schilderd is door een schilderij-hersteller. Zeer opmerkelijk is de schildering van de grijze

1) »Beschreibendes Verzeichnis", Band I, S. 529, No. 193.

173
loading ...