Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 3.1910

Page: 141
DOI issue: DOI article: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1910/0153
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
in het wegnemen van hinderlijke toevoegsels, het bijlappen en ontblooten van beschadigde
of overschilderde deelen, zijn er geen moeilijkheden van principieelen aard. Die ontstaan
pas in geval actief optreden van den architect, voor het vullen van hiaten en dergelijke,
noodzakelijk wordt of waar moet worden aangebouwd.

Richtsnoer kan ook dan slechts zijn de convictie, dat er zoo min mogelijk gefantazeerd
mag worden en dat de harmonie van het geheel gehandhaafd moet blijven. Dat klinkt als
de bekende meening van den aan wal staanden stuurman; maar is niettemin het éénige wat
zich in 't algemeen daaromtrent laat zeggen. Iedere uitwerking leidt noodzakelijk tot het
stellen van gevallen, die dan toch uiteraard weer niet volledig zijn. Zelfs kan het onder
bepaalde omstandigheden mogelijk zijn, dat een architekt den nieuwen aanbouw tegen het
oude gerestaureerde gebouw ook als nieuw karakteriseert, zonder dat hij daardoor met den
eisch der harmonie in conflict komt, terwijl omgekeerd het geesteloos dóórwerken met één
enkel aan het oude gedeelte ontleend motief, dat precies gevolgd wordt, tot monster-
achtigheden kan leiden.

Aangaande C. Oude gebouwen die nog voor het doel waarvoor ze zijn opgericht
worden gebruikt [kasteelen, raadhuizen, kerken etc] kan men nog grooter vrijheid niet
alleen toelaten, maar zelfs tot zekere hoogte eischen. Voor zoover het bestaande, waardevolle,
oude er niet door wordt geschonden of onzichtbaar gemaakt, moge ook onze tijd zijn
stempel kunnen drukken op de nieuwe gedeelten en het conglomeraat dat de eeuwen tot
stand hebben gebracht, zonder de harmonie van het geheel te verbreken, zoo noodig met
een nieuwen, dateerbaren aanwas vermeerderen.

Ik herhaal, meer dan gemeenplaatsen, meer dan algemeenheden tenminste kan een
principieele beschouwing over het restaureeren van bouwwerken niet bevatten. Interessante
voorbeelden geve de architekt uit zijn praktijk; maar het eenvoudigste wordt vaak genoeg
verzaakt, het voor de hand liggende blijkt overal gepasseerd en zoo is er dan ook geen
reden deze aan praktische gevallen te toetsen beginselen niet nog eens op te schrijven.

W. VOGELSANG.

■ = III--= ~= m

NEDERL. MUSEUM VOOR GESCHIEDENIS EN KUNST. - AANWINSTEN.

Een vorig maal behandelde ik hier de stoffen, welke de verzameling waren komen
verrijken, ditmaal wil ik de aanwinsten der meubelverzameling bespreken. Het zal blijken
dat, nu eenige gapingen in den ontwikkelingsgang van het meubel, zooals die in het
museum te bestudeeren valt, door belangrijke exemplaren zijn aangevuld, de serieën reeds
een geheel van beteekenis vormen.

Vooreerst een lage kast met twee deuren van notenhout, Florentijnsch werk dat
in de eerste helft der 16de eeuw zal zijn ontstaan.

Onze afbeelding (fig. 1) maakt eene nadere omschrijving overbodig. Het binnen-

141
loading ...