Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 3.1910

Page: 232
DOI issue: DOI article: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1910/0244
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
besluit van 7 Juli 1903 eene Rijks-commissie werd ingesteld, en tot welker wettelijke
bescherming, juist thans, krachtige pogingen worden aangewend door den Nederlandschen
Oudheidkundigen Bond.

Hoe groot en dringend de noodzakelijkheid daartoe is, toont »Caecilia" met tal
van sprekende voorbeelden en onweerlegbare bewijzen aan. Geheel in overeenstemming
met het oordeel van den hierboven genoemden geleerden en zaakkundigen zegsman
Dr. Schweitzer. Volle instemming zou eene opdracht verdienen, om aanteekening te
houden van de weinige nog overgebleven fraaie orgels uit de 18de eeuw, en ze op te
nemen onder de historische monumenten, opdat zij niet het lot gaan deelen van talrijke
soortgelijke instrumenten uit dat tijdperk, welke als offers der vernielzucht van latere
eeuwen zijn gevallen, en het ware te wenschen dat zij, desvereischt door bekwame hand
werden hersteld, dan konden zij de later gebouwde orgels glansrijk overleven.

Veel bezwaar kan daartegen niet aangevoerd worden, want de oude instrumenten,
waarvan hier alleen sprake is, bevinden zich bijna zonder uitzondering in Hervormde
kerken, waar de eeredienst geene behoefte heeft aan orgels met veel schakeering in geluid
en mooie solostemmen, doch voornamelijk aan kracht en waardigheid. En tegen die beide
begrippen verzet zich het oude orgeltype allerminst.

Wanneer men wat verder zou willen gaan dan behoud en bescherming, zou zeker
de aandacht verdienen, wat in België, Oostenrijk, Pruissen en een overgroot deel van
het Duitsche Rijk, door de bevoegde macht omtrent orgelbouw is verordend, maar het
is hier de plaats niet om die voorschriften te bespreken, het heilzame hunner opvolging
te bepleiten, en men heeft zich te vreden te stellen, wanneer het oog van degenen wie
het aangaat, door het bovenstaande wat wijder geopend wordt om het gevaar te zien
waarmede Nederlandsche kunstwerken worden bedreigd. Caveant Consules.

C. J. GONNET.

■ - . ■■■ - =■

KORTE MEDEDEELINGEN.

Monumenten.

Amsterdam. — De Paleis-Dam-Raadhuisquestie neemt op papier een geregelden en
kloeken voortgang, geheel in den zin van het rapport der Dam-commissie.

Thans melden de dagbladen (»Hbl." 3 Nov. 1.1.) dat eene voordracht in bewerking
is, waarbij B. en W. de noodige machtigingen zouden erlangen, om zich met de Regeering
in verbinding te stellen ten einde de beschikking te krijgen over het Paleis, waarin dan
de zetel van het stadsbestuur en de kern der secretarie zouden gevestigd worden. B. en W.
wenschen daarbij mede te deelen welke bijdrage de stad zou geven voor een nieuw paleis
en onder aanbieding tevens van het terrein voor dit paleis. B. en W. denken aan het
sportterrein achter het Rijksmuseum.

Gaat de Commissie van bijstand met dit voornemen accoord, dan kan in dezen
geest spoedig een voordracht aan den Raad worden verwacht.

232
loading ...