Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 3.1910

Page: 188
DOI issue: DOI article: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1910/0200
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
in het algemeen «verheffend" te noemen kan niet doorgaan zonder een glimlach van hen,
die eenigszins nader bekend zijn met de kaart van het land.

Het besproken werk is net gedrukt en de illustraties zijn voldoende, en het is
daarom jammer dat het geheel gestoken werd in een rood en zwart gekleurden band, waarvan
het ontwerp weinig gelukkig te noemen is.

J. C. O.

□ KORTE MEDEDEELINGEN. □

De op het Valkhof gevonden loodjes. — Het zij mij vergund een woordje toe te
voegen aan hetgeen de heer van Kerkwijk op blz. 145 en 146 van het Bulletin voor
Augustus 1.1. mededeelde. Dat opschrift is juist. De heer v. K. noemt daarin de gevonden
voorwerpen »loodjes", maar gebruikt verder meermalen het woord »munten". Waarom?
Munten zijn het toch zeer zeker niet.

»Voor kerkelijk gebruik," zegt de heer v. K., «zullen zij wel niet bestemd geweest
zijn, daar er dan allicht een of andere Heilige of kerkelijk symbool op zou voorkomen."
Waartoe kunnen deze loodjes dan gediend hebben? Daaromtrent waag ik een gissing.
Het zouden meralli, oud-Fransche mareis, merelles kunnen zijn, waaromtrent Du Cange,
V, p. 347 (1885), o. m. het volgende mededeelt: Hij zegt dat dit woord gebruikt wordt
voor een »symbolum of tessara", die in veel kerken aan kanunniken, kapellaans en andere
provendors gegeven werden, ten bewijze dat zij zekere kerkdiensten bijgewoond hadden.
Des Zaterdags werden die teekens dan ingewisseld tegen de daarop staande geldelijke of
andere belooningen. Daar zij meestal van lood vervaardigd waren, zegt genoemde schrijver
verder, worden zij ook wel loodjes (plumbi) genoemd.

Is het te gewaagd aan te nemen dat wij bij de Nijmeegsche vondst, met dergelijke
loodjes te doen hebben? Daarbij bedenke men, dat de door Barbarossa gestichte kerk,
waarvan de ruïne op het Hof een overblijfsel (de apsis) is, hoogst waarschijnlijk werd
afgebroken bij de verbouwingen, die de »door ouderdom vervallen" burcht onderging in
de jaren 1450 tot 1453. De kerk was toen waarschijnlijk een bouwval en in onbruik
geraakt; de loodjes waren onnoodig geworden, doch wegens hun betrekking op kerk-
diensten — misschien ook al om het kruis dat er op stond — minder geëigend om voor
oud lood te verkoopen. Weshalve zij «weggestopt" werden op de plaats waar de kerk
gestaan had. _ VAN SCHEVICHAVEN.

Wandtapijten Eerste Kamer. — Onze gezant te Parijs Ridder A. de Stuers heeft,
naar hier reeds met een enkel woord is bericht, een onderzoek ingesteld naar de wand-
tapijten, welke tot het begin der vorige eeuw de wanden hebben versierd van wat thans
de vergaderzaal is der Eerste Kamer.

Uit zijn rapport nemen wij nog het volgende over:

»Ik heb de eer U H.W.Geb. mede te deelen dat het door mij ingesteld onderzoek

188
loading ...