Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 3.1910

Page: 186
DOI issue: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1910/0198
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile


BOEKBESPREKING.



GRAFSCHRIFTEN IN STAD EN LANDE, verzameld en uitgegeven door Jhr. Mr.
J. A. Feith, Prof. Dr. C. H. van Rhijn, H. Vinkhuizen en Dr. G. A. Wumkes.
Groningen, 1910.

»Dit boek dankt zijne wording aan de pijnlijke ervaring, dat de oude gralzerken
tusschen Eems en Lauwers in een staat van grove verwaarloozing verkeeren. Eerwaarde,
fraaie steenen worden als stoepen en drempels misbruikt of zijn in varkenshokken en
regenbakken aan het oog onttrokken. Andere zijn in de kerkpaden door slijting schier
onleesbaar geworden. Op deze wijze dreigt een schatkamer van historische, genealogische
en godsdienstige bijzonderheden verloren te gaan."

Aldus het begin van het «Woord vooraf". Met veel zorg zijn 2165 grafschriften
bijeen gebracht, waarbij ook de alleronbelangrijkste in extenso worden afgedrukt, waardoor
het meer belangrijke wel wat wordt overstemd. Eenige beperking ware zeker aan het geheel
ten goede gekomen, daar thans de «schatkamer" wel wat den indruk maakt van een rommel-
kamer, waar enkele mooie stukken verloren gaan onder een hoop oud roest. En dit te
veel gebodene treft te sterker, waar op het gebied van illustratie eene wel wat te groote
zuinigheid is betracht. Slechts 19 zerken, dus nog niet 1 pCt, zijn afgebeeld, terwijl toch
uit de beschrijving blijkt, dat onder de 10 zerken uit de 15de, de ruim 70 uit de
16de eeuw en de tallooze 17de en 18de-eeuwsche zerken er een aantal met wapens en
lofwerk zijn versierd, zoodat wij mogen verwachten, dat de afbeelding van een deel
hiervan van grooter belang te achten was dan het in extenso afdrukken van tal van
onbelangrijke opschriften. De uitgave van Kneppelhout voor de Pieterskerk te Leiden, van
L. Ludovici voor Ceylon, Alex. Rea voor de residentie Madras, R. Norman Bland voor
Malacca, en andere uitgaven over Engelsch Indië hadden hier tot voorbeeld kunnen strekken.
De vermelding in extenso van alle opschriften tot 1828, dus ook uit den tijd, dat begrafenis-
registers en registers van den Burgerlijken stand niet ontbreken, heeft historisch geen en
genealogisch weinig belang, daar de zerken slechts een onvolledig beeld kunnen geven,
waar er reeds zooveel zijn verloren gegaan. Ook de reeks van slappe verzen kan slechts
waarde hebben als bewijs van de liefde voor klappermanspoezie in het Noorden.

Laten wij dit bezwaar tegen de opzet van het werk terzijde, dan valt ongetwijfeld
aan de samenstellers hulde te brengen voor hun werk. De grafschriften zijn bij elke stad
of dorp chronologisch geordend en de plaatsen zijn in alphabetische volgorde gerangschikt.
Ook enkele reeds verdwenen zerken zijn opgenomen, waar vertrouwbare opschriften of
afbeeldingen beschikbaar waren. Niet opgenomen zijn natuurlijk de zerken, die onder
banken of vloeren verscholen liggen.

De beschrijving der zerken is kort maar over 't algemeen voldoende en met veel
zorg zijn de er op voorkomende familiewapens beschreven. Bij enkele zerken hadden wij
ook gaarne eene opgave van de grootte gezien. Vooral echter betreuren wij het te klein
aantal afbeeldingen, waarbij nog niet alle onberispelijk te achten zijn.

186
loading ...