Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 3.1910

Page: 116
DOI issue: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1910/0128
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
OPGRAVINGEN BINNEN HET VALKHOF TE NIJMEGEN.

In N°. 1 van den loopenden jaargang van het «Bulletin v. d. Nederl. Oudh. Bond"
werd mededeeling gedaan van ontgravingen, die binnen en om de Barbarossa-hal — de
zoogenaamde »ruïne" — in dit voorjaar hebben plaats gehad, en waarbij dit monument tot
op het vroegere niveau is vrijgelegd. Sedert heeft eene stelselmatige opgraving plaats gehad
van hetgeen binnen de halmuren in den bodem verborgen lag.

Toen het bovenvermelde bericht werd afgezonden was niet dieper gegraven dan
tot de hoogte, waarop in Barbarossa's tijd de vloer der beneden-hal moet gelegen hebben

Bij de jongste opgraving is gebleken, dat hieronder nog nimmer was gegraven dan
voor zoover de fundeeringen van Barbarossa's werk dit vereischten en dan nog slechts
in zoo beperkt mogelijke mate. Deze gelukkige omstandigheid heeft de gelegenheid
geboden om eenige sporen van de oudste lotgevallen van den burcht te ontdekken, die
niet zonder invloed kunnen blijven op de kennis van zijn geschiedenis.

Het onderzoek leerde in hoofdzaak, dat twee voorname beschavingsperioden herken-
baar bleken in twee, duidelijk van elkander gescheiden en zich boven elkander bevindende
aardlagen, ieder gemiddeld 45 c.M. hoog, waarvan de onderste op het natuurlijke zand
van den Valkhof heuvel rust, terwijl de tegenwoordige vloer der benedenste hal door een
ongeveer 10 c.M. dikke zandlaag van de bovenste laag gescheiden is.

De bovenste der 45 c.M. zware grondlagen bevatte een tamelijk belangrijke hoeveelheid,
ten deele door een brand zwart geworden scherven van Romeinsche dakpannen. De bodem
droeg daarenboven rijkelijk de sporen van verbrand en verkoold hout. Sommige verkoolde
houtresten toonden door vlakke en loodrecht op elkander staande zijkanten duidelijk aan,
dat zij van bezaagd hout (daksparren?) afkomstig waren.

Vijf der gevonden dakpanscherven dragen gedeelten van legioenstempels, waarvan
er twee behooren tot het X Legioen, dat van ongeveer 70—100 n. Chr. in Nijmegen
gevestigd was.

De onderste grondlaag was rijk aan potscherven, van meerendeels laat-romeinschen
oorsprong (2de en 3de eeuw n. Chr.) en bevatte eenige bronzen overblijfselen, waaronder een
pijlpunt en eenige onleesbare., munten, voorts eenige kralen, fragmenten van haarnaalden,
afgezaagde takken van hertengeweien en slagtanden van wilde zwijnen.

Ten deele op de scheiding der beide grondlagen, ten deele in de onderste laag,
werden daarenboven de overblijfselen gevonden van zes menschelijke geraamten, waarvan
de ligging steeds nauwkeurig kon worden vastgesteld. Alle geraamten werden voorover
liggend aangetroffen. Vijf hunner lagen met het hoofd naar het westen. Bij twee der
skeletten werd een zwaard gevonden (het eene slechts half, daar de fundeering van
Barbarossa's werk met de helft van het geraamte ook het halve zwaard had weggenomen).
Beide zwaarden zijn kennelijk van den vorm der bekende Scramasaxen. Het halve zwaard
vertoond nog bronzen knoppen, die tot de scheede hebben behoord, en in het roest, dat
de ijzeren kern omgeeft, zijn vastgehecht. De zwaarden en de langvormige schedels wijzen

116
loading ...