Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 10.1917

Page: 114
DOI issue: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1917/0126
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
De overeenkomst met de oude steen is zoo groot, dat enkele deskundigen, die na de
voltooiing het werk bezichtigden, de aansluiting van het oude en het nieuwe metselwerk
niet konden aangeven en ik zelf daartoe nauwelijks in staat was.

H oe kan de heer Kalf mij van zoo iets verdenken, mij, die de historische richting
ben toegedaan ?

Kent de heer Kalf het onderscheid dan niet tusschen een doode machinale baksteen
en een vol gloed en kleur zijnde handvormsteen ? Hij is toch met den heer Croockewit
gedurende den bouw op het werk geweest en had zich van het feit kunnen overtuigen.
Doch ik wil aannemen, dat de heer Kalf wel degelijk het onderscheid kent, doch de
door de heeren Croockewit, ’t Hooft en van Gils zonder grond gelanceerde beschuldiging
zonder nader eigen onderzoek herhaalt. Aangenaam is zulks niet, maar toch ben ik
tevreden, dat de heer Kalf deze kwestie nogmaals ophaalt, daar ik nu de gelegenheid
heb mij van dezen blaam te zuiveren.

De beschuldiging, destijds door den niet deskundigen heer Croockewit in de
N. R. Courant geuit, raakte kant noch wal. De heer Kalf zal mij verplichten, dezen post
van mijne rekening te schrappen, om die over te brengen op het zondenregister der
Goudasche restaurateurs.

Wij komen nu aan een ander punt nl. het repareeren van balustraden, pinakels
en andere kerkdeelen. De heer Kalf geeft toe, dat, als een deel van een oude balustrade
verweerd is, deze vernieuwd mag worden in den ouden vorm, maar als de balustrade
geheel is verdwenen en gerestaureerd moet worden, dan zal hij zich wel driemaal
bedenken, of deze wel weer in den ouden vorm zal gemaakt worden.

Een vreemde redeneering. Een deel mag hersteld worden, het geheel niet. Ik zou
dan moeten vragen: hoe lang mag het stuk balustrade zijn, waarvan de vernieuwing
geoorloofd is? Hoeveel stuks pinakels mogen bij verweering hersteld worden? Ik zou
meenen, dat, als ik eenige meters in den ouden vorm mag herstellen, dit dan ook mag
toegelaten worden voor eene geheele traveelengte, en ook voor twee of meer travee-
lengten, ja met de geheele balustrade. Bij een zoodanige reparatie of vernieuwing blijf
ik de waarheid getrouw. Volgens de opvatting van den heer Kalf begaat hij bij elke
verandering in nieuwen stijl een grove leugen. Ik zei reeds vroeger: aan onze groote
kerkgebouwen zal men slechts sporadisch herstellingen vinden in vormen, aan eene nieuwe
periode eigen en of de reparatien nu bij kleine of groote partijen hebben plaats gehad
doet niets ter zake.

Thans zijn wij genaderd tot de oppositie, die lang vóór de »Denkmalpflegedagen”
tegen de restauratiën gevoerd werd. Zeker, reeds vroeger werd oppositie gevoerd tegen
de wijze van restaureeren en ik erken ook, dat in het begin fouten zijn begaan. Zou,
onbesproken latende of het juist is, hetgeen de heer Weissman zeide: »wij zijn bezig
door restauratie onze oude monumenten te bederven en pas een volgend geslacht zal het
onzinnige dezer handelwijze inzien”, niet eveneens of nog meer passen op het herstellen
in zoogenaamden nieuwen stijl? De door den heer Weissman gegeven raad: »men

114
loading ...