Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 3.1910

Page: 19
DOI issue: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1910/0031
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
bestaande gebouwen zoo getrouw mogelijk weer te geven, zonder zich om iets anders dan
architectuur te bekommeren.....

Dat Pieter Saenredam zijn hoogste streven bereikt acht, wanneer hij eenig bouwwerk
zoo nauwkeurig mogelijk heeft afgebeeld, verleent natuurlijk aan zijne schilderijen een
architectonische waarde, welke die zijner vakgenooten niet bezitten. Grooter waarde nog
dan zijne schilderijen bezitten zijne teekeningen. Deze toch voerde hij op de plaats zelve
met de grootste nauwkeurigheid uit, zoodat men van de meeste hunner nog heden ten
dage nauwkeurig de plaats kan bepalen waar hij zijn teekenstoeltje heeft opgezet. Later
schilderde hij dan met behulp van groote, zuiver geometrisch geconstrueerde teekeningen
zijne schilderijen, waarop hij vaak met angstvallige nauwgezetheid aangaf wanneer hij ze
geteekend, wanneer geschilderd had."

Met deze beoordeeling heb ik mij nimmer kunnen vereenigen, omdat Saenredam
hier mijns inziens als schilder te kort gedaan wordt, als getuige overschat. Het verdienstelijke
boek van Hans Jantzen, »das Niederlandische Architecturbild", waarin de beteekenis van
Saenredam veel juister wordt aangegeven, zonder mij evenwel nog geheel te voldoen, geeft
mij aanleiding thans op bovengenoemde beoordeeling in te gaan. Jantzen zet zeer nauw-
keurig uiteen hoe groote beteekenis nieuwe perspectivische gezichtspunten aan de kunst
van Saenredam geven en het ontgaat hem meest niet hoe naïef Saenredam zijn perspectief
toepast en welke vrijheden hij zich veroorlooft. Maar ook hij, hoeveel bewondering hij
ook heeft voor de fijne tinten van den schilder, ziet toch blijkbaar de ontzaggelijke
coloristische eigenschappen over het hoofd, waardoor die onhandige, niet altijd juiste
perspectivische constructies tot zulke zuivere juweeltjes worden. Men is zoo weinig meer
gewend nuchterheid van voordracht en zuiverheid van lijn met kleurwerking gepaard te
zien gaan, dat men zich hier blijkbaar van de laatste geen voldoende rekenschap heeft gegeven.

Maar ik ben ten eerste het bewijs schuldig dat Saenredam in zijn schilderijen door
perspectivische fouten soms geheel onbetrouwbaar is en zelfs in zijn teekeningen geen
onvoorwaardelijk geloof verdient.

Het eerste is gemakkelijk genoeg. Men legge de afbeeldingen van de Mariekerk bij mij,
Fig. 1, en van Boymans, Fig. 2, naast elkander. Mijn schilderij geeft op de meest eenvoudige
wijze een gevel recht van voren, laag van bouw in zijn zij-schepen, onder den machtigen
vierkanten toren. Te Rotterdam steekt het middenschip er maar weinig boven uit en verdwijnt
de veel kleinere toren er achter. De schilder heeft hier voor zijn mooie stadsgezicht, nog
geheel gezien als zijn Groote Markt te Haarlem bij Ampzing (1628), ook de tegenziende kant
van de kerk noodig en hij geeft zich rekenschap dat daardoor de gevel wat moet verkorten.
Zijn teekening van 1636 '), zeven en twintig jaar vroeger dan de schilderij, die van 1663
is, liet hem hierbij echter in den steek, daar boompjes dezen gevel te veel breken. Hij
tracht zich nu te helpen, niet door wijking aan te geven, maar laat het vlak evenwijdig
aan den voorgrond en versmalt alleen bogen en vensters, die hij ook perspectivisch laat

1) Hofstede de Groot, t. a. p. PI. XIII. Ook reeds te hoog in het zij-schip.

19
loading ...