Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 6.1913

Page: 35
DOI issue: DOI article: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1913/0046
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
in een betere vitrine en veel overzichtelijker is tentoongesteld, dermate aangevuld, dat zij
thans een vrij volledig beeld geeft van de verschillende typen van deze zoo beroemde
porseleinsoort.

Mochten wij één wensch uiten, het zou deze zijn, dat de rubriek vazen, kandelaars,
mogelijk beeldjes, indien zij bestaan, door bruikleen of schenking uitgebreid werd. Door
de enorm hooge prijzen is aankoop vrijwel uitgesloten, terwijl toch in een Museum, dat
naar volledigheid streeft, deze zaken eigenlijk niet mogen ontbreken!

IDA C. E. PEELEN.

IN MEMORIAM

E. W. MOES.

De plotselinge dood, op den 30en October 1912, van den directeur van ’s Rijks-
Prentenkabinet te Amsterdam, bracht niet alleen voor den kleinen kring van Neder-
landsche vakgenooten een zeer gevoelig verlies. Op zijn in den aanvang vrij onregelmatige
loopbaan had hij onder nog andere groepen van werkers zich tal van vrienden verworven,
die ook later nog wisten wat zij aan hem hadden en die zijn naar vele zijden zich richtende
belangstelling ook door de inlichtingen welke ze hem vroegen levendig hielden.

Ernst Wilhelm Moes werd den 5en September 1864 te Amsterdam geboren en
begon reeds in het jaar 1881 zijn studie in de Letteren aan de Amsterdamsche Universiteit.
Die studie brak hij af om, na korten tijd in het antiquariaat van Frederik Muller werk-
zaam te zijn geweest, in 1886 in Rotterdam het adjunct-archivarisambt te gaan vervullen.
Na zich op het Rotterdamsch archief hoofdzakelijk met de wetenschappelijke ordening
der boekerij te hebben beziggehouden, verhuisde hij in 1890 weer naar Amsterdam, waar
hij de betrekking van assistent-bibliothecaris der Universiteitsbibliotheek gevraagd en,
door den steun van den archivaris De Roever, gekregen had1). Uit zijn korte opstellen
met den algemeenen titel »Amsterdamsche Vondelingen" in De Roever’s »Amsterdamsch
Jaarboekje voor Geschiedenis en Letteren" van 1888 tot 1891 blijkt trouwens dat de
geschiedenis van Amsterdam zijn belangstelling had gehouden. De Roever’s Jaarboekje,
dat na een vierjarig bestaan had opgehouden te verschijnen, herleefde dan ook in 1897
op Moes’ initiatief en bleef tot 1904 onder zijn redactie bestaan1 2 3). Korte daarin verschenen

1) Moes’ groote verdiensten als boek- en bibliotheekman werden door Dr. C. P. Burger Jr.,
den bibliothecaris der Amsterdamsche Universiteitsbibliotheek in Het Boek (15 December 1912) in
het licht gesteld.

2) Hierna nam het Jaarboek der Vereeniging Amstelodamum, waarvoor Moes ook eenige bijdragen

geleverd heeft, zijn plaats weder in. Over Moes’ werkzaamheden als bestuurslid van deze vereeniging
vindt men het een en ander in haar Elfde Jaarboek.

35
loading ...