Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 6.1913

Page: 162
DOI issue: DOI article: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1913/0173
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
VIII. Afzonderlijke musea van afdeelingen, die tot het Historisch museum behooren,
zijn in een klein land in beginsel niet wenschelijk.

N.B. Het Historische museum dreigt langzamerhand onmogelijk te worden, wanneer men
achtereenvolgens een Oranje-museum, een Marine-museum, een Artillerie-museum inricht; zulke
afzonderlijke musea leveren ook geen overzicht en geen geheel. In groote landen kunnen
speciale musea echter noodig zijn, om eene bijzondere ontwikkeling tot haar recht te doen
komen, die plaatselijk bijzonder belangrijk geweest is.

IX. De inrichting en het beheer van het op te richten Historisch museum en ook
de [plaats] gemeente en het gebouw of het gebouwencomplex, waar [het] de verzamelingen
ondergebracht zouden moeten worden, verdienen later eene afzonderlijke principieele
bespreking [zoodra tot de oprichting van het museum besloten zal zijn].

ALGEMEENE VERGADERING OP 3, 4 en 5 JULI 1913 TE HAARLEM.

Het welvoorziene programma had ook dit jaar weder een vrij aanzienlijk getal
bondsleden ter jaarbijeenkomst doen verschijnen. Op de middagvergadering van den
3en heette de Voorzitter de leden welkom met eene rede, waarin hij de gebeurtenissen
op oudheidkundig en museumgebied gedurende het afgeloopen jaar schetste. Deze rede
is in haar geheel hierachter opgenomen, terwijl aan de er op volgende vergadering een
afzonderlijk overzicht in dit nummer is gewijd. Dit relaas kan dus terstond overgaan tot
de avondvergadering, welke geheel aan huishoudelijke werkzaamheden werd besteed. Het
jaarverslag van den Secretaris werd uitgebracht en onder dankzegging goedgekeurd. Evenzoo
het verslag van de commissie , tot nazien der rekening van den Penningmeester, zoodat
deze laatste onder dankzegging kon worden gedéchargeerd. Naar aanleiding daarvan werd
besloten enkele lidmaatschappen van den Bond te beëindigen — Doorwerth en Heemschut —
aangezien deze te zwaaar het Bondsbudget drukken. Vooral ten opzichte van het laatste
hoopte men een modus te vinden waarop de samenwerking toch goed en geregeld mogelijk
zou zijn. Daarna werd de volgende wijziging in het Huishoudelijk Reglement, na toe-
lichting door den Voorzitter aangenomen:

»Het Bestuur bestaat uit 9 leden, waarvan minstens vijf te kiezen uit de gewone
leden of uit bestuursleden van aangesloten vereenigingen. De overige leden kunnen uit
de correspondeerende leden gekozen worden.”

Ten gevolge hiervan werden nu voor het uitgebreid Bestuur verkiezingen nood-
zakelijk: Herkozen werd de heer Hoefer; gekozen werden de heeren: Jhr. mr. A. O. F. van
Sasse van IJsselt; Mr. W. Polman Kruseman; Jhr. mr. Ch. Ruys de Beerenbrouck,
Dr. M. P. Rooseboom, en Dr. H. P. Coster. Mr. Overvoorde werd uit het Bestuur tot
Voorzitter herkozen.

In de Redactie van het »Bulletin” werden herkozen de heeren: Prof. dr. W. Martin,
Prof. dr. W. Vogelsang, Jhr. H. Teding van Berkhout en gekozen de heeren: Dr. ]. Kalf
en A. O. van Kerkwijk. Op voorstel van Mr. Boeles werd de Redactie gemachtigd

162
loading ...