Universitätsbibliothek HeidelbergUniversitätsbibliothek Heidelberg
Metadaten

Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Hrsg.]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 11.1918

DOI Heft:
[Nr. 3]
DOI Artikel:
Oficieele mededeeling
DOI Artikel:
Byvanck, Alexander W.: Nijmegen in romeinschen tijd, [2]
DOI Seite / Zitierlink: 
https://doi.org/10.11588/diglit.19837#0111

DWork-Logo
Überblick
loading ...
Faksimile
0.5
1 cm
facsimile
Vollansicht
OCR-Volltext






r

□ OFFICIEELE MEDEDEELING. □

9 * »

BESCHERMING VAN MONUMENTEN IN OORLOGSTIJD.

Naar aanleiding van het in de vorige aflevering van het «Bulletin” afgedrukte
adres van het bestuur van den Bond aan H. M. de Koningin mocht het bestuur van
Z.Exc. den Minister van Buitenlandsche Zaken een schrijven ontvangen, waarbij Z.Exc.
bericht met belangstelling van dit adres te hebben kennis genomen en gaarne van den
Bond een rapport tegemoet te zien, dat diensten zoude kunnen bewijzen bij eene eventueele
conferentie ter bescherming van monumenten tegen bombardement.

Op verzoek van het bestuur hebben de H.H. Prof. Jhr. Mr. van Eysinga, hoog-
leeraar te Leiden, Mr. S. Gratama, lid van den Hoogen Raad, en Prof. Mr. C. van
Vollenhoven, hoogleeraar te Leiden, zich bereid verklaard om met Mr. Dr. J. C. Overvoorde
en Dr. E. J. Haslinghuis, voorzitter en secretaris van den Bond, aan de voorbereiding van
een dergelijk rapport deel te nemen. Aan Z.Exc. den Minister van Oorlog is verzocht
om een militair deskundige te willen aan wij zen.

NIJMEGEN IN ROMEINSCHEN TIJD.

V.

Het moet thans onze taak zijn om de voornaamste vondsten van Romeinsche
oudheden bij Nijmegen op te sommen en de resultaten der onderzoekingen en opgravingen
aldaar na te gaan. Op die wijze zullen wij een voorstelling kunnen krijgen van de
archaeologische overlevering. En wij moeten de verschillende gegevens zooveel mogelijk
schikken tot een geheel. Daarbij hebben wij niet te denken aan een volledig overzicht
van het gevondene; thans zijn slechts de vondsten voor ons van belang, die licht geven
over de geschiedenis der Stad.

Wij zullen dus niet hebben te spreken over de ontdekkingen in de nabijheid
van Nijmegen. Want de opgravingen te Holdeurn en in de Betuwe, de onderzoekingen
te Millingen, de vondsten bij Mook en Cuyck zijn op zich zelf wel zeer belangrijk,
maar voor de geschiedenis van Nijmegen leeren zij ons slechts weinig. Wij willen ons

7

101
 
Annotationen