Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 4.1911

Page: 11
DOI issue: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1911/0023
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
»te vallen, van het zaet der Joden is, soo en sult gij tegen hem niets vermogen, maev
»gij sult gewisselijk voor syn aengesichte vallen.”

Ook dan blijft echter de zoo in het oog vallende pijl onverklaard. Men zou het
»Spel van Esther” willen zien, zooals dat juist in het jaar 1515 in Leyden gegeven werd.

V. Lucas van Leyden en Albrecht Dürer.

De invloed dien Dürer’s gravuren en houtsneden op de Hollandsche prentkunst
van de eerste 30, 40 jaar der 16de eeuw hebben uitgeoefend is van moeilijk te overschatten
beteekenis geweest. Dat zou aan de houtsneden van Jacob Cornelisz., van den iets jongeren

Lucas van Leyden: De triomf van Mordechaï.

Cornelis Antonisz., dat zou aan heel het prentwerk van Lucas van Leyden uitvoerig te
demonstreeren zijn. Daarvoor is dit echter niet de plaats. Ik maak nu slechts van de goede
gelegenheid gebruik ook Lucas’ Triomf van Mordechaï (Bartsch 32) met Dürer’s Ritter Tod
und Teufel te vergelijken.

Lucas’ mooi en amusant blad is in 1515, dus reeds twee jaar na het verschijnen
van Dürer’s gravure, ontstaan, een aardig bewijs voor de snelle werking der zoo gemakkelijk
te verzenden prent. Ook Lucas toch heeft toen hij zich de opgaaf stelde dezen plechtigen
ommegang weer te geven, voor het koninklijk paard dat Ahasverus den nieuwen gunsteling
afstond op Durer’s gravure zijn voorbeeld gezocht. Bijna alles wat van het paard zichtbaar

11
loading ...