Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 4.1911

Page: 303
DOI issue: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1911/0314
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
r

k

r

-k

EEN WEINIG BEKEND ALTAARSTUK VAN CORNELIS ENGEBRECHTSZ.

Slechts twee algemeen bekende schilderijen zijn bewaard gebleven, welke op grond
van historische gegevens met zekerheid aan Cornelis Engebrechtsz. (1468—1533) kunnen
toegeschreven worden. Daarnaast vindt men in eenige musea stukken, die met zekerheid
of met meer of minder recht op den naam van dezen Leidschen meester worden gesteld, doch
de toeschrijving hiervan is slechts gegrond op analogie in behandeling of in compositie
met de bekende twee altaarstukken in het Leidsch museum -1 2).

Bij Van Mander3) worden daarnaast nog twee werken genoemd, waarvan een
verloren is, terwijl het andere, hoewel ook sinds jaren in de onmiddellijke omgeving van
Leiden'bewaard, zoover mij bekend nooit eenige bespreking vond 3). — Ik acht het daarom
niet overbodig om hierop nader de aandacht te vestigen, te meer daar ik door de welwil-
lendheid van den tegenwoordigen eigenaar, L. graaf van Limburg Stirum te Noordwijk,
in staat ben een afbeelding van de nog aanwezige luiken van het altaarstuk te geven.

De beide altaarstukken in het Leidsch museum zijn afkomstig van het klooster Marien-
poel buiten Leiden en zijn hiervoor besteld doorjacob Maertensz. en Margaretha Maertens-
dochter. Door den Heer F. Dülberg werd indertijd aangetoond, dat het oudste, Christus aan het
kruis, kort na 1508 moet geschilderd zijn en het jongste, De afneming van het kruis, omstreeks
1526 4). Beide altaarstukken zijn meermalen afgebeeld. Een derde stuk hing vroeger in het

1) De voornaamste aan Engebrechtsz. toegeschreven schilderijen zijn: Calvarienberg bij W. von
Seidlitz te Dresden (uit 1510 a 1520), Christus aan het kruis, Stadelsches Institut te Frankfort (eind
15e eeuw), Doornenkroning en bespotting, in het Keizer Friedrich Museum te Berlijn en Matheus ge-
roepen tot het apostelambt, aldaar, Beweening van Christus, in het Suermondt Museum te Aken,
Christus neemt afscheid van zijne moeder (een laat stuk), Christus aan het kruis en Christus bij Maria
en Martha, alle drie in het Rijksmuseum te Amsterdam, de Verstooting van Hagar (1510 a 1520) in de
verzameling F. Lippmann te Berlijn, Christus aan het kruis, in de verzameling Kaufman aldaar, Haman’s
val in de verzameling van den Earl of Noorthbrook (zie Bulletin 1911 bl. 10), de triptiek: Ontkleeding,
kruisiging en opstanding in het Aartsbisschoppelijk Museum te Utrecht, Abram en Melchizedec (zie
Bulletin 1910 bl. 205) en enkele kleinere stukken bij Dülberg vermeld.

2) Karei van Mander, Het leven der Doorluchtige Ned. en eenige Hoogd. schilders. Uitgave
1764, dl. I, bl. 67.

3) De heer Dülberg noemt het schilderij als verloren, de heer E. W. Moes zag het in 1906,
bij het beschrijven der portretten op Huize Offem, doch heeft hierover nooit iets gepubliceerd.

4) Catalogus Stedelijk Museum 1908, No. 61 en 62 (met afbeeldingen). Zie over deze schilderijen
F. Dülberg, die Leydener Malerschule, Berlin, 1899 en Frühollander I. Die Altarwerke des Cornelis
Engebrechtszoon und des Lukas van Leyden im Leydener Stadtlichen Museum (1903), met goede
afbeeldingen, en Mr. ]. C. Overvoorde en Dr. W. Martin, Stedelijk Museum te Leiden.

20

303
loading ...