Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 4.1911

Page: 20
DOI issue: DOI article: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1911/0032
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
kan hij ontleend hebben aan prenten naar de bovengenoemde schilderijen in het Louvre.
Maar het is ook mogelijk, dat de schilderij is gemaakt toen de Jonge Moeder met
de andere door de Franschen uit Holland meegebrachte schilderijen in het Louvre was
tentoongesteld. Dat die exceptioneele gelegenheid in dit geval den dief maakte, lijkt mij
nog het meest waarschijnlijk.

Maandenlang moet deze Dou-navolger aan dit schilderij gewerkt hebben. Het gordijn
is een wonder van geduldwerk. Gelukkig, dat de man in ’t geheel geen kunstenaarstalent
bezat en dat het hem vooral aan kracht van expressie ontbrak, waardoor heel zijn werk een
zoetelijk aspect verkreeg, dat reeds dadelijk doet vermoeden, dat er iets niet in den haak is.

Maar leeken — ook de eigenares van dezen
Dou — zijn blijkbaar de dupe geworden en al
mogen wij niet zonder meer den staf breken
over den maker (die een gemoedelijk dilettant kan
zijn geweest, die voor zijn pleizier Dou imiteerde
en misschien zelfs wel voor anderen wilde weten,
welke stukken hij navolgde), toch mag wel weer
eens. de aandacht op het bestaan van zulke
«imitaties” worden gewezen, vooral omdat zij
zooal niet door den schilder dan toch door een
gewetenloos handelaar reeds jaren geleden van
valsche signaturen werden voorzien, die, goed
nagemaakt als zij doorgaans zijn, vergissingen en
bedrog in de hand werken.

In het algemeen zijn copieën, imitaties en ver-
valschingen, in de achttiende en in het begin
der negentiende eeuw gemaakt naar de werken
onzer oude schilders, veel beter dan die, welke
Atb. 4. G. Dou. De bijbellezing, Louvre. tegenwoordig worden vervaardigd. Gemeenlijk

zijn dan ook moderne falsificaten van deze soort
gemakkelijker te herkennen dan oudere. Ik hoop in een der volgende afleveringen van
dit tijdschrift nog enkele mededeelingen hieromtrent te doen.

W. MARTIN.

■ — RBI -- ■

AANWINSTEN VOOR HET NEDERLANDSCH MUSEUM VOOR
GESCHIEDENIS EN KUNST IN 1910.

Behalve de reeds door Dr. Pit in de 4de aflevering van dezen jaargang van het
Bulletin van den Oudheidkundigen Bond besproken voorwerpen, zijn nog eenige andere
te vermelden, die als aanwinsten voor de verzameling te beschouwen zijn. Wanneer ik
eene korte beschrijving derzelven hier laat volgen, mag daarbij niet verzwegen worden,

20
loading ...