Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 4.1911

Page: 201
DOI issue: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1911/0212
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
HET ROODE PAARD EN ZIJN MAKER.

Op het Prinsenhof bij de Westerkerk te Enkhuizen zag men weleer een bronzen
kanon, dat tegenwoordig vóór het Stadhuis is opgesteld.

Het is een fraai stuk gietwerk; de handvatsels hebben den vorm van dolfijnen,
de smaakvol versierde loop prijkt met het wapen van Keizer Karei V, omhangen door
het Gulden Vlies en vergezeld door de Zuilen van Hercules met de spreuk: »Plus oultre”.
Boven dit wapen staat: »Carolus V” en het nummer 2434, daaronder: »Opus Remigii
de Halut, Anno 1551”.

Op een houten bord, met gesneden omlijsting, bij het kanon tegen den muur van
het Stadhuis geplaatst, wordt gelezen: »Klink-dicht op het Roode Paert met sijn metalen
»kanon, uit den overwonnen Duinkercker, onder den zeestrijdt, in Hopman Volkaert
»Kanonyx oorlogschip overgesprongen in den jare 1622, den 3 in Wijnmaendt.

Fatalis Equus saltu super Ardua venit.

«Wat heeft de stofferij der ouden ons vervaert
»Met Perseus en Pegaes, die, over zee gevlogen,

»De waerelt sloegh voor ’t hooft met een gedichte logen,

»Een logen, int gestarnt gesteigert hemelwaert!

»Het braeve Enckhuisen draeft, vol moedts, opt Roode Paert
»Met sijnen kopren mondt, dat gloênde blixem braeckte
»En donderklooten, daer Noortzee en lucht af kraeckte,

»Een Paert, opt Princenhof in eeuwigheit bewaert.

»Het quam, toen Volckaert dien Duinkercker hadt gedrongen,

»Uit ’s meesters zeekasteel int Hollandsch slot gesprongen.

»De zeehelt greep het bij den zeetoom zonder last.

»Het opent met zijn hoef een Bronaêr voor den zanger,

«Wij drincken op Parnas noch Helikon niet langer,

»Dit is ons Paerdebron. Hier is geen droom aen vast.”

»Het Roode. Paert spreeckt :

»Ick holp op zee Duinkercken oorelogen,

«Maer Volckaert leerd’ ons Hollands schutsmuzijck.

»Mijn meester quam ten hemel opgevlogen.

»Toen koos ick ’t schip des vijandts tot een wijck,

»Laet Grieken met Pegaesen elck verguizen,

»Het Roode Paert, dat heldendichters teelt,

«Verweckt een bron int wijdt befaemde Enckhuisen,

«Daer bloeit Parnas: oudt Grieken sit misdeelt.

J. van Vondel.

Door het vele overschilderen heeft de spelling hier en daar geleden. In Vondels
werken ziet men, hoe de dichter het vers gespeld heeft, dat hij in 1661 maakte.

201
loading ...