Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 4.1911

Page: 247
DOI issue: DOI article: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1911/0258
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
een zij het niet met volkomen zekerheid uitgesproken toeschrijving aan Kunst motiveeren.

Met de beide hier zeer verkleind gereproduceerde 1524 gedateerde teekeningen (afb. 7
en 8) vertoont een der ruitjes dat de gegevens dier teekeningen combineert al zeer groote over-
eenkomst. De knielende monnik op den voorgrond, de liefdezuster met het papje, de stervende
met opgetrokken been, ze vertoonen op teekening en ruitje treffende overeenkomsten. Slechts
zijn de teekeningen van Kunst met losser hand, vluchtiger gedaan dan deze met groote
zorg uitgevoerde ruitjes. Dit zou op zich zelf van werkteekeningen niet behoeven te
verwonderen. Ook het ruitje in het Louvre 2) echter staat wat zijn vlugge, vlotte, bijwijlen
breede factuur betreft dichter bij de teekeningen dan bij deze glasschilderingen. Toch
meen ik ten slotte wel dat ook de vier ruitjes van het Nederlandsch Museum niet alleen
door Pieter Cornelisz. Kunst ontworpen, maar ook door hem zelf op glas geteekend zijn.
Het is niet ondenkbaar dat een zelfde hand nu eens met artistiek-vluggen maar tevens
wat slordigen veeg de grisaille op het glas brengt, dan weer zich op groote geacheveerd-
heid toelegt. Het ruitje met de genezing van den blindgeborene staat misschien iets
dichter bij het stuk in het Louvre dan de drie andere. Een behandeling als van het
hoofdhaar van den blinde, van den apostelkop links, van het honde-kopje, kan men ook
op het Parijsche glas wel terug vinden.

De ruiten hebben een diameter van 0.23 M. Ze zijn in grijs-zwarte grisaille met
spaarzaam aangebracht zilvergeel uitgevoerd. De grisaille van de «Genezing” heeft niet
als de drie andere stukjes een ietwat rossigen schijn. De vier uit èèn stuk glas bestaande
schijven — slechts èèn ervan is gebarsten — zijn in een telkens uit vier stukken bestaanden
rand van twee door elkaar gestrengelde acanthus-ranken gevat. Die rand is modern.
Het is echter niet onwaarschijnlijk dat hij een ouden rand vervangen heeft. Ook de
door Lucas van Leyden gegraveerde en wel voor den glasschilder bestemde ronde passie-
prenten zijn gedrukt in een dergelijke passe-partout met acanthus-versiering. De naam
»Govert” die op het ruitje van de Genezing op het kleed van den apostel Petrus zichtbaar
is, werd niet in de nog niet gebrande grisaille geschreven, maar is er na het branden
veel later ingekrast en heeft daardoor een dof-witte kleur.

Na deze aanwinsten staat de verzameling Nederlandsch gebrand glas van ons
Museum niet achter bij die van het Louvre, van het Berlijnsche Kunstgewerbe-Museum
en van het South-Kensington Museum in Londen.

N. BEETS.

EEN HAAGSCITE MUSEUMQUESTIE.

Onder de Korte Mededeelingen in het vorige nummer had ik gelegenheid om,
naar aanleiding van de ontslagname van den heer J. A. Frederiks als directeur van het
Haagsche Museum van Kunstnijverheid, enkele opmerkingen te maken over de naaste
aanleiding tot dat ontslag, die volgens den heer Frederiks gelegen was in het reglement 1

1) Afgebeeld «Bulletin” 1909, pag. 15.

247
loading ...