Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 4.1911

Page: 29
DOI issue: DOI article: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1911/0041
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
Den zestienden Februari j.1. heeft de met belangstelling verwachte raadsvergadering
plaats gehad en is na een lange beraadslaging (waarbij de Heer Krelage zijn voorstel
verdedigde en de Heer Middelkoop B. en W. heftig aanviel over het hunne 1 2 3)) eerst
de motie-Krelage verworpen met eenentwintig tegen acht stemmen en tenslotte het voorstel
van B. en W. met algemeene stemmen aangenomen. De restauratie van de schilderij Regenten
van het Oude Mannenhuis zal dus worden opgedragen aan den Heer de Wild.

DE ALGEMEENE BONDS-VERGADERING TE UTRECHT.

(Vergaderen, Heemschut, Museumbutgetten, Bestuur.)

Het was nu wel niet een verbijsterend talrijke menigte die deze winter-bijeenkomst
bezoeken kwam, maar, waar het hier een eerste poging gold om op een uitsluitend
daarvoor bestemde vergadering een onderwerp van algemeen oudheidkundig belang te
behandelen, daar mag men toch wel over het succes tevreden zijn. Wanneer dit pogen
wordt volgehouden, dan kan hieruit op den duur een reeks van goedbezochte bijeenkomsten
groeien, waar deskundigen en werkelijk-belangstellenden degelijk voorbereide onderwerpen
met vrucht zullen kunnen komen bespreken. En wordt, wat door de aanneming van de kleine
wijziging in het Huishoudelijk Reglement, mogelijk is gemaakt, de jaarvergadering naar
deze winterbijeenkomst verlegd, dan komt de gelegenheid open om onze zomerbijeenkomst te
ontlasten van alles wat deze nu uit haar evenwicht brengt. Dan blijft daarvoor slechts over het
populair-propagandistische, dat in de rede van den Voorzitter en in een met de excursie samen-
hangende voordracht met schik gelegd worden kan. Dan versterken wij ons des winters naar
binnen en werken wij des zomers naar buiten. Mits ietwat systematisch gevolgd leidt deze weg,
dunkt mij, wel tot een regelmatige ontwikkeling en een gezonden groei onzer werkzaamheid.

Er is trouwens alle reden om in deze wat klaar onze richting te zien, en met
onze krachten wat economisch te werk te gaan. Juist nu. Immers de oprichting van de
Vereeniging Heemschut, waarbij onze Bond, zich onder bepaalde voorwaarden3)
besloot aan te sluiten, stelt ons in de gelegenheid ons terrein scherp af te palen en zoodoende
ook om binnen die wat engere grenzen meer geconcentreerd op te treden. Het geheele
gebied aangewezen voor de beschermers van wat er schoon is in ons vaderland, wordt
nu door samenwerkende en doelbewuste groote vereenigingen bestreken. De Vereeniging
tot Behoud van Natuurmonumenten waakt, waar het schoone of merkwaardige natuurleven
in gevaar komen kan, onze Bond beschermt de monumenten van kunst en geschiedenis,
over het door deze beide nog opengelaten terrein gaat het toeziend oog van Heemschut.

1) Een verslag der vergadering vindt men o. a. in de »N. R. C.” van 16 Februari j.1. Daaruit
blijkt o. m., dat de Heer Middelkoop aan Dr. Bredius een steeds weifelende houding heeft verweten
in de kwestie der Halsen. Het gevolg daarvan is geweest een debat van Dr. Bredius met den Heer
Middelkoop door middel van ingezonden stukken in de N. R. C. van 19, 21 en 22 Febr. j.1.

2) Welke sedert van de zijde van Heemschut zijn vervuld, door de verkiezing van den heer

E. W. Moes tot lid van zijn Dag. Bestuur.

29
loading ...