Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 4.1911

Page: 12
DOI issue: DOI article: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1911/0024
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
is: de kop, de hals, de borst, is zoo getrouw als den graveur mogelijk was naar het
model gevolgd. De stand der pooten is overgenomen, slechts wordt de poot die het verst
van den beschouwer is, opgeheven, en de andere gestrekt. Ook het zadel vertoont, tot
in kleine details overeenkomsten. Lucas graveerde het paard gelijkzijdig met dat van Dürers
prent zoodat de afdruk tegenzijdig werd.

Een vergelijking van beide bladen is zeer leerzaam voor de kennis van Lucas’ techniek.
De glanzingen en plooien van de paardenhuid worden op dezelfde wijze, met lange, zich
buigende lijnen en korte haaltjes, bijna puntjes, gegeven. Dürer’s techniek is uitvoeriger,
het modelé sprekender. Met zijn geduldige hand vergeleken is wat de Leidenaar hier geeft
toch nog bijna snelschrift. Maar dat Lucas tracht Dürer’s macht van stofuitdrukking nabij
te komen, de snede van zijn burijn zich eigen te maken kan met een ontleening als deze
onweerlegbaar worden aangetoond.

Het is wel merkwaardig de bewondering van Lucas en van Engebrechtsz., van leerling
en van leermeester, voor eenzelfde kunstwerk op dezelfde wijze tot uiting te zien komen-
De waarschijnlijkheid is, dunkt mij, groot dat ze samen slechts één exemplaar van het
kostbare blad tot hun beschikking hadden en dat ze gelijktijdig er door beïnvloed zijn.

De wat nerveuzer gang van het paard heeft Lucas’ prent met die van Engebrechtsz.
gemeen. Ook, als men wil, op den achtergrond de muur die zich onregelmatig tegen het
licht afteekent.

De prent van Lucas is te waardeeren om zijn rijkdom aan typische details. Aller-
geestigst zijn die burgerlijk-gewichtige stads-notabelen :), die bijna slaafs-groetende, als op
een nieuwen klant beluste eierboeren.

Van de koninklijke eer die aan Mordechaï bewezen werd, geeft ons echter slechts
het statig stappende ros dat hem draagt een dieperen indruk. Alles wat dit Hollandsche
kunstwerk aan grootsche allure heeft, dankt het aan Dürer en, als steeds, in laatste instantie
aan Italië.

N. BEETS.

BOURGONDISCHE DEVIEZEN.

Niets geeft een duidelijker indruk van de radicale verandering der levensvormen,
die de Renaissance heeft gebracht, dan de vergelijking van het heldere proza van Erasmus’
aardige vertellingen met de gezochte en soms platte grappen, die de beschaafdste middel-
eeuwers voor geestig wilden doen doorgaan. Het was in de late middeleeuwen de tijd
der deviezen en emblemen: ieder, die destijds wilde gelden als een man van smaak,
had zijne eigene zinspreuk met het daarbij passende embleem, die hij te pas of te onpas
aanbracht in zijne woonvertrekken, op zijne meubels en zelfs op zijne kleeren. Maar welk
eene hinderlijke gezochtheid en welk een volkomen gemis aan geest vertoonen ons deze
povere vindingen! De regentes Margaretha van Savoye, die eene van de meest ontwikkelde

1) Zag Lucas ze misschien zóó toen, in 1515, de jeudige Karei V in Leiden ingehuldigd werd?

12
loading ...