Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 4.1911

Page: 205
DOI issue: DOI article: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1911/0216
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
□ BOEKBESPREKING. □

BESCHRIJVING VAN SCHIEDAM, door Dr. K. Heeringa. Schiedam, H. A. M. Roelants.

Van dit royaal opgezette en door fraaie reproducties van oude kaarten en teekeningen
verluchte werk ligt de eerste aflevering voor ons. Zij behandelt de topografische ont-
wikkeling van Schiedam tot het einde der 16de eeuw. De volgende afleveringen zullen,
blijkens de korte inleiding, die de schrijver aan zijn werk deed voorafgaan, de beschrijving
van de stadsuitbreiding naar het Zuiden en van de kerkelijke en wereldlijke gebouwen
bevatten. Een zuiver topografische geschiedenis dus wordt ons hier geboden, eenigszins
in den trant der achttiende-eeuwsche stadsbeschrijvingen. De auteur zegt trouwens zelf,
dat hij door zijn werk wenscht te voorzien in een leemte, die in de reeks Hollandsche
steden-beschrijvingen bestaat.

Aan dit doel belooft het werk van Dr. Heeringa geheel te zullen beantwoorden.
Alle veranderingen in het stedeke, dat zich vormde op het punt, waar onder de regeering
van graaf Willem II een dam met overhaal door de Schie werd gelegd, vinden wij uit-
voerig en minutieus verhaald. Dat Dr. Heeringa zich daarbij niet begeeft op het gebied
der onbewijsbare onderstellingen, doch zich bepaalt tot de feiten, die door archiefstukken
worden gestaafd, was van hem niet anders te verwachten. En dat deze archiefstukken
met evenveel omzichtigheid als scherpzinnigheid zijn geïnterpreteerd, daarvoor staat des
schrijvers reputatie ons borg. Het verhaal is evenwel niet altijd gemakkelijk te volgen.
De schrijver onderstelt bij zijn lezers een grondige bekendheid met het tegenwoordige
Schiedam en verwijst bij zijn beschrijving telkens naar den thans bestaanden toestand.
Voor wie niet in het bezit is van zoodanige plaatselijke bekendheid, is dientengevolge
de zin der uiteenzetting niet zelden duister, vooral omdat een kaart van het tegenwoordige
Schiedam met zijn omgeving ontbreekt. Wel zijn reproducties van de kaarten van
Van Deventer en De Gheyn opgenomen, doch ook deze kunnen niet helpen, evenmin
als het niet zeer duidelijke schetskaartje der omgeving van oud Schiedam, dat de auteur
geeft. Beide kaarten toch dagteekenen uit de zestiende eeuw en vermelden bovendien
geen of bijna geen namen van straten of wegen. Hopen wij, dat aan het einde van het
werk door een uitvoerige kaart van het tegenwoordige Schiedam met zijn omgeving of
door een reeks historische schetskaartjes deze leemte zal worden aangevuld.

S. v. B.

□ JAARVERSLAGEN. □

Verslagen omtrent ’s Rijks Verzamelingen van Geschiedenis en Kunst. Deel XXXII,
1909. — Deze verslagen, te zamen vormende een boekdeel van 322 bladzijden, geven over-
zichten van de aanwinsten en het beheer der volgende musea: Rijksmuseum te Amsterdam,
Koninklijk kabinet van Schilderijen te ’s-Gravenhage, Museum H. W. Mesdag aldaar,
Museum Meermanno Westreenianum te ’s-Gravenhage, Rijks Museum van Oudheden te

205
loading ...