Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 4.1911

Page: 16
DOI issue: DOI article: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1911/0028
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
aannam de woorden Altijt beveit, voegde daaraan toe een verwant embleem, dat althans iets
beter bij zijn embleem paste: de tondeldoos. Zoo even zeide ik, dat vuurslag en vuursteen
in geene middeleeuwsche huishouding ontbraken; de mededeeling was echter niet kompleet:
het onontbeerlijke meubeltje was de tondeldoos. Het was een houten bak of doos, in
vakjes verdeeld, waarvan het eerste den vuurslag met den vuursteen bergde, een tweede
vakje de kleine stokjes opnam, die zich mettertijd tot zwavelstokken zouden ontwikkelen,
terwijl het grootste vak, door een dekseltje gesloten, het tondel (het uitgerafelde linnen)
opnam, dat door den vuurslag zou ontvlammen, om op zijne beurt de stokjes aan te
steken 1 2 3 4): een tondeldoos bevatte dus, zooals Rabelais zegt, »un fouzil (vuurslag), garny
d’esmorche (tondel, zwam of ander ontvlambaar materiaal), d’allumettes, de pierre a feu”.

Zulk eene tondeldoos heeft de Utrechtsche bisschop met zijn devies Altijt bereit
meer dan eens afgebeeld op zijne eigendommen; het embleem vertoonde de opengeschoven
doos met de stokjes op het punt van ontvlammen. Het duidelijkst vinden wij dit
op een koorkap van het Aartsbisschoppelijk museum te Utrecht, door den heer Jan Kalf
(die het voorwerp nog hield voor een verfdoos met penseelen) aan bisschop David toe-
gewezen 3) en hierboven gereproduceerd. Met het devies komt de doos ook voor op een
tweeden koorkap, bewijsbaar van onzen bisschop afkomstig, te Luik3). Op een paar
kraagsteentjes in het kasteel Duurstede, dat, naar men weet, door bisschop David geheel
verbouwd is, prijken nog altijd de tondeldoozen4). En niet alleen de (zeker naar de
tondeldoos vernoemde) «vuurijzers”, maar ook andere munten van den bisschop, zooals
de Davidsharpen, dragen in den rand, als het insigne van den kerkvorst, zijne tondeldoos 5).

S. MULLER Fz.

NOG EENS ORGELBOUW EN OUDE ORGELS.

Op het artikel Orgelbouw en oude orgels, door den heer C. J. Gonnet, in het jongste
nummer van het «Bulletin” gepubliceerd, wordt door den heer A. Brom Jr. (Utrecht) de aandacht
gevestigd in het maandblad «Het Orgel” van Februari. Ik schrijf het hier gedeeltelijk over.

«Toch is het jammer en teekenend gelijk dat er van buiten invloed geoefend moet
worden, want geen enkel organist moest bijv. te bewegen zijn, z’n instrument, geboortig
tot 1800, in pneumatiek te laten omzetten, of, den winddruk te laten verhoogen, of zoovele
andere diepingrijpende veranderingen te laten aanbrengen.

«Maar, zoolang er voortreffelijke orgeltypen voor altijd onherstelbaar worden ver-

1) Zie over oude tondeldoozen: The Burlington magazine. I p. 55 vlg., 321 vlg., waar vele
exemplaren zijn afgebeeld.

2) Verslag van het St. Bernulphusgilde. 1900, p. XXIII. (Het is billijk, nu ik dezen kleinen lapsus
vermeld, die bewijst hoe volkomen vergeten de tondeldoozen zijn, er bij te voegen, dat ik aan den
geleerden kunstkenner menig klein gegeven voor dit opstelletje dank.)

3) Verslag van het St. Bernulphusgilde. 1900, p. XXII.

4) Zie photographieën in den topographischen atlas der provincie Utrecht. (R. arch. Utrecht.)

5) Zie vuurijzers en Davidsharpen afgebeeld bij : Van der Chijs, Munten van Utrecht. XVIII
29 vlg., XVI 1 vlg. (vgl. p. 213, 204).

16
loading ...