Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 4.1911

Page: 300
DOI issue: DOI article: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1911/0311
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
dat was zeker de moeite waard! De »01dehove”, de oude Leeuwarder toren, een vriend
van geheel Friesland, verdiende ten volle, dat zij hersteld werd en tot ouden luister terug-
gebracht, en dat hare historie daarbij verhaald zou worden, lag voor de hand. Maar er
was nog meer: bij die herstelling zijn voor die geschiedenis gegevens voor den dag
gekomen, die verdienen naar voren gebracht te worden, terwijl ook de herstelling-zeli,
waarbij in ruime mate het volspuiten van muurwerk met cementspecie is toegepast voor de
practijk der restauratie belangrijke momenten heeft gehad. Het is de leider der werk-
zaamheden, de gemeente-architect, die het boekje heeft geschreven. De technische kant
komt dus het meest naar voren, en dat is gelukkig, daar de historie het fort van
den heer Hofkamp niet is: Over oud-Leeuwarden vertelt hij dingen, die niet goed door
den beugel kunnen. Maar wij zien gaarne daarvan af, terwille van de rest. Belangwekkend
is bijvoorbeeld wat men gevonden heeft onder den zeer verzakten toren: Juist de beton-
en kleilagen, die de middeneeuwsche bouwmeester onder zijn bouwwerk tot meerder
stevigheid heeft aangebracht blijken van die verzakking de oorzaak te zijn geweest. Men
kan ze, met de enorme scheuren die in het metselwerk gekomen zijn op de hierbij over-
genomen foto duidelijk onderscheiden.

Hoe dit alles verholpen is, en op welke manier men den heelen toren verstevigd
heeft, kan men met nauwgezetheid beschreven vinden in het boekje, dat wij ieder, die in
restauratie-vraagstukken belangstelt, gaarne ter kennisneming aanbevelen.

H. E. v. G.

MONUMENTEN IE

MONUMENTENZORG EN MUSEUMBEHEER IN DE MEMORIE

VAN ANTWOORD.

Te laat om ter juister plaatse hiervoor (zie pag. 262 tot 270) te worden ingevoegd
verscheen de Memorie van Antwoord van den Minister. Daar het echter wenschelijk is
alles bijeen te hebben, laten wij hier toch nog uit die Memorie een en ander volgen:

Wettelijke regeling tot bescherming van monumenten. — Van het rapport der Commissie
van den Oudheidkundigen bond ter voorbereiding van wettelijke monumentenbescherming
was, zooals reeds ten vorigen jare is medegedeeld, door den Minister met belangstelling
kennis genomen.

In dat rapport komt echter de volgende bepaling voor:

»Het openbaar lichaam, eigenaar eener geklasseerde onroerende zaak, kan door
de Rijkscommissie worden aangeschreven de door haar voor de instandhouding der zaak
noodig geachte werken uit te voeren binnen een door haar te bepalen tijd en is gehouden
daarbij te volgen de door haar gegeven aanwijzingen. Blijft het in gebreke, dan worden
de werken van Rijkswege uitgevoerd. De kosten der instandhouding kunnen geheel of gedeeltelijk
voor rekening van het Rijk worden gebracht.

300
loading ...