Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 4.1911

Page: 212
DOI issue: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1911/0223
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
KORTE MEDEDEELINGEN 0.

Aesthetische middeleeuwsche zegels. — In zijn Geldersche Bijzonderheden, No. I, blz. 33,
bespreekt G. van Hasselt een paar middeleeuwsche zegels, »die kunstgewrochten zijn, welke
om hunne innemende bevalligheid en uitvoering, door eenen Natter en eenen Scep 1 2 3) misschien
niet zonder moeite verbeterd, zekerlijk bewonderd zouden zijn geworden. In een giftbrief van
’tjaar 1085 wordt de palustris terra de Abecenwalde vermeld (Geld. Chrb. II, 148). En hoe
geestig en bij smaakvolle navolging van den kieschen antieken trant, [wordt] daarop nog twee
eeuwen later van Sweder van Abcoude gezinspeeld met Leda en den zwaan, en na hem
door Willem van Broekhuysen met eene even fraaye Ceres op zyne korenlanden?” Beide
zegels zijn afgebeeld op de plaat aan het einde der genoemde aflevering. Maar hoe is het
mogelijk dat Van Hasselt deze kunstwerkjes kon houden voor den arbeid van middel-
eeuwsche stempelsnijders? Hoe armzalig de gravure ook moge zijn, men herkent in de
beide beeldjes onmiddellijk de hand van den geoefenden klassieken kunstenaar. Het zijn
Romeinsche gemmen, die de beide genoemde heeren in metaal hebben doen vatten, waarop
zij hun wapen en het randschrift lieten graveeren.

Dit smaakvolle gebruik van kunstvoorwerpen uit vroegere tijden, was toen reeds
van ouden datum. «Karei de Groote zegelde nu eens met een Romeinschen kop, met
het omschrift XRE . PROT . CAROLVM . REGEM, dan weder met een Serapiskop,
zonder omschrift. En Lodewijk de Vrome zegelde evenzoo met een ovalen steen, waarin
een gelauwerd hoofd gesneden, en waaraan mede een omschrift aangebracht was: XRE .
PROTÉGÉ . HLVDOVICVM . IMP.” Ik vind bovenstaande aanteekening in mijn adversaria,
doch verzuimde er bij te schrijven waaraan ik haar ontleende.

Werken over sphragistiek heb ik hier niet te mijner beschikking; mijn vraag aan
de lezers van het «Bulletin” is dan: zijn er meer voorbeelden bekend van op de ver-
melde wijze samengestelde zegels?

VAN SCHEVICHAVEN.

Windwaag. — In het begin der achttiende eeuw werd het gebruikelijk, den winddruk
in orgels af te lezen en te regulariseeren met een watermanometer (windwaag). In de
toenmalige literatuur is de winddruk dienovereenkomstig opgegeven in graden. Het is mij
echter documenteel niet bekend hoe groot deze graden waren, zoodat een vergelijking
met de tegenwoordige millimeter-verdeeling niet goed uitvoerbaar is.

Om hierin tot eenige zekerheid te geraken behoef ik een dergelijke achttiende-
eeuwsche windwaag. Kan iemand mij zulk een voorwerp aanwijzen? De beschrijving ervan
is aldus: Een metalen gesloten bakje, waarin boven of ter zijde is aangebracht een metalen
buisje en in welks deksel gestoken is een glazen buis; ter zijde van deze glazen buis en

1) Door plaatsgebrek in het vorig nummer waren enkele berichten blijven liggen.

2) Joh. Lorenz Natter, 1705—1763, beroemd »steinschneider”, zie Brockhaus, XII, 201. Scep is in

dien Lexikon niet opgenomen en mij ook van elders niet bekend.

212
loading ...