Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 9.1916

Page: 70
DOI issue: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1916/0082
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
HET ETIKETTEEREN VAN SCHILDERIJEN IN MUSEA.

Het heeft mij altijd verwonderd, dat de naamgevingen in musea van oude kunst
vaak op zooveel minder vasten grondslag rusten dan die in musea van moderne kunst,
of in die van b.v. natuurlijke historie, geologie en mineralogie, en dergelijke. Wanneer
ik bijvoorbeeld, in een mineralogische verzameling rondwandelend, het etiket »kwarts” of
»goud” zie, dan behoef ik geen oogenblik te twijfelen of dit wel juist is. Zie ik
daarentegen den bekenden Giovannino in het Kaiser Friedrich Museum als Michelangelo
geëtiketteerd en verbeeld ik mij, evenmin te mogen twijfelen als in het geval van het
kwarts en het goud, dan blijkt alras, dat ik slecht ben ingelicht. Immers de ingewijde
vakman zal mij vertellen dat, indien Heinrich Wölfflin en niet Bode directeur van het
Kaiser Friedrich Museum ware, de Giovannino niet Michelangelo zou heeten, doch zou
worden toegeschreven aan Girolamo Santacroce of Domenico Pieratti -1).

Er is dus geen zekerheid in dit geval, en in tal van andere. De vraag rijst, of
het niet zeer wenschelijk, ja noodzakelijk is, dat de graad van zekerheid der naamsbepaling
uit de etiketteering blijke. Het antwoord moet zonder eenige restrictie bevestigend luiden.
Men kan, in details afdalend, nog twisten over de kwestie, of het naamplaatje zelf, dan
wel de determinatie in den gedrukten catalogus het uitsluitsel zal geven, doch dit is een
kwestie van techniek, niet van beginsel.

De eerste vraag, die zich, helaas, nog steeds voordoet, is: kan een museum-
directeur determineeren of kan hij dit niet? M.a.w. is hij vakman, is hij een goed specialist
op de gebieden der kunst, waarvan in zijn museum werken publiek zijn tentoongesteld?

De gedragslijn voor den niet-vakman is zeer moeilijk. Het meest voor de hand
ligt, dat hij de meeningen der specialisten vraagt, hun antwoorden overweegt en naar
beste weten daaruit conclusies trekt. Een der meest conscientieuse voorbeelden hiervan
is de catalogus van het Museum te Stuttgart, door Prof. Konrad Lange bewerkt in 1907,
waarvan ik als type het volgende afdruk:

205 1 2). Brekelenkam, Quiryn Gerritsz.

(Biografie).

Betender Eremit. (Beschrijving).

(Afmetingen enz.). Früher Leonhard Bramer. Die jetzige Bezeichnung
von Eisenmann. Sie wird von Bredius, Hofstede de Groot und Martin
bestatigt. Bayersdorffer stiess sich am Monogramm.

Het spreekt vanzelf, dat dit verre is van het ideaal, maar het is in ieder geval
beter, dan dat de niet-specialist etiketteert »in ’s Blaue hinein”.

Bij den specialist ligt de zaak uiteraard geheel anders. Hij kent de methodiek der
determinatie, kan m. a. w. zien of handteekeningen echt zijn, maakt studiereizen, heeft

70

1) Zie Aiois Grünwald in »Münchener Jahrbuch” 1910, blz. 28 vlg.

2) Blz. 113.
loading ...