Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 9.1916

Page: 242
DOI issue: DOI article: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1916/0254
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
(c. q. mogelijke) verband met andere kunstwerken enz. mede; na de bespreking van
papier en toestand is op te geven, in welke collecties enz. het blad zich bevond en
welke merken het draagt en eindelijk komen de verwijzingen, de opgave der reproducties,
het tijdstip en de wijze (aankoop, schenking), waarop het blad in de verzameling kwam
en de collocatie.

Tenslotte nog een woord over de volgorde, waarin de teekeningen van één meester
zijn te catalogiseeren. Daar de chronologische nagenoeg nooit met zekerheid te bepalen
is en een op het oordeel van den auteur berustende chronologische mij voor een catalogus
ongewenscht voorkomt, is men m. i. aangewezen op een systematische, b.v.: bijbelsche
geschiedenis, mythologie, allegorie, geschiedenis, portret, figuur, intérieur, stads- en
dorpsgezicht, landschap, marine, dieren, enz.

Dr. Hoogewerff noodigt zijne mede-deskundigen tot samenwerking uit; ik hoop,
dat ook mij geen kritiek zal gespaard worden op het artikel, waarin ik op zijn verzoek
de meeste van mijne opmerkingen vereenigde.

H. TEDING VAN BERKHOUT.

MUNTVONDST TE OLST (OVERIJSEL).

Bij het vergraven van een eiken hakbosch in de buurt van de plek, waar weleer
het huis »de Dingshof” heeft gestaan, onder de gemeente Olst (Overijsel), zijn in het
begin van Maart een aantal uitsluitend zilveren munten gevonden, die in een potje ge-
borgen waren. De meeste dier stukken hadden helaas door den invloed van vocht zeer
geleden en waren zwaar geoxydeerd. Vooral aan de munten van kleine waarde, die van
een laag zilvergehalte waren, had het lange verblijf in den vochtigen bodem veel kwaad
gedaan. Dit is te meer te betreuren, daar juist onder die kleinere munten vele zeldzame
en belangrijke stukken voorkomen. Onder de munten van Overijsel vooral, en wel in de
eerste plaats onder die van Deventer, zijn verschillende stukken van groot belang, die
óf nog niet waren voorgekomen, óf wel belangrijk afwijken van de tot heden bekende
exemplaren.

De jongst gedateerde munt is een Schilling van Keulen van 1516; de munten
zullen dus omstreeks dien tijd begraven zijn.

Van de Nederlandsche munten laten wij hieronder eene beknopte opgave volgen,
terwijl wij slechts de tot heden onbekende Nederlandsche munten en die stukken, die
belangrijk afwijken van de reeds bekende exemplaren, uitgebreider beschrijven. Eene
volledige beschrijving der vondst, die ook vele belangrijke buitenlandsche stukken telt,
komt voor in Jaargang 1916, p. 126—156 van het Jaarboek voor Penningkunde; daar
dit Jaarboek echter wel niet in de handen der meeste onzer lezers zal komen, besloten
wij, met het oog op het groote belang der vondst, die gedeelten uit dat artikel hier
over te nemen, waar over die stukken gehandeld wordt.

242
loading ...