Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 9.1916

Page: 76
DOI issue: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1916/0088
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
DE KERKBRAND TE ALPHEN.

Den 7en April 1.1. is te Alphen de Ned. Herv. kerk geheel afgebrand, niet tengevolge
van eenen samenloop van ongunstige omstandigheden, maar door het bloote feit, dat met
eene onverdedigbare roekeloosheid bij het te verrichten loodgieterswerk zelfs de eenvoudigste
voorzorgsmaatregelen zijn nagelaten.

Wij komen hierop nader terug en willen eerst een overzicht geven van het verdwenen
kerkgebouw en de daarin aanwezige kunstwerken.

Reeds in de 13de eeuw bestond te Alphen waarschijnlijk eene kerk of eene kapel,
blijkens de vermelding in het register der kerkelijke tienden uit 1275—1280. De kerk wordt
ook geregeld vermeld onder de 57 kerken in Rijnland volgens de door Mr. S. Muller H.zn.
uitgegeven lijst en in 1360 wordt Gerrit Voppens als pastoor van Alphen genoemd.

De oudste kerk werd waarschijnlijk in het midden der 15de eeuw vervangen door
het gebouw, waarvan thans nog slechts een gedeelte van het steenwerk over is. Deze kerk
was gewijd aan den H. Bonifacius, wiens beeld vroeger tegen het koor stond, van welk
beeld later, ook na de Hervorming, nog een »steenvormzel” van het voetstuk te zien was.

De aanstelling van den pastoor dezer kerk behoorde in 1457 aan de sint Paulus
abdij bij Utrecht, terwijl de koster door den graaf van Holland werd benoemd.

De parochie was oudtijds uitgestrekter dan thans en eischte voor het platteland
een vrij groot gebouw x). Dit was eene kruiskerk met door een halven tienhoek gesloten
koor. De zijbeuken waren van het schip gescheiden door spitsbogen, gedragen door zware
gemetselde kolommen van 2.83 M. in omtrek, met achtkante natuursteenen basementen
en natuursteenen lijstkapiteelen. Aan de noordzijde van het koor was eene sacristie aan-
gebouwd, waarboven eene zolderruimte, die van uit de kerk toegankelijk was. De volgens
Plemper3) 16 roe hooge westtoren is in 1580 ingestort, nadat deze zeer was verzwakt
tengevolge van het optreden der Spanjaarden tijdens het beleg van Leiden. Zij hadden
het ijzerwerk en de ankers uit de muren gebroken en de klokken geroofd, waarvan de
grootste later in de kerksloot werd teruggevonden. De toren is daarna niet herbouwd en
het grondvlak is bij de kerk getrokken, gelijk nog blijkt uit de meerdere breedte van de
eerste travee van het schip.

In 1619 werd de kerk vernield bij den grooten dorpsbrand, die in dat jaar in den
oliemolen, ter plaatse waar later de herberg het Hof van Holland gesticht werd, 'ontstond
en die met de kerk een groot gedeelte van het dorp in de asch legde. De kerk werd daarna
op de oude muren en kolommen herbouwd, waartoe 19.579 gld. en 18 st. uit vrijwillige
bijdragen werd gevonden en 23.789 uit een omslag over de gemeente. Het schip werd
nu met een houten tongewelf met trekbalken afgedekt en de zijbeuken met halve tongewelven.
Alleen in de sacristie was een steenen kruisgewelf uit den tijd vóór den brand.

1) De kerk te Oudshoorn werd door Cornelis de Vlaming gesticht na een geschil over de benoeming
van den predikant te Alphen, waartoe Oudshoorn eerst kerkelijk behoorde. In 1661 werd aldaar voor-
loopig eene loods voor den dienst ingericht. Plemper, 2e druk bl. 145.

2) P. Plemper, Beschrijving van Alphen, le druk 1714 en 2e druk 1728.

76
loading ...