Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 9.1916

Page: 9
DOI issue: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1916/0021
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
EEN GEVAAR VOOR DE KUNST.

Het voorstel tot wijziging van de Wet op de Personeele Belasting, dat door den
Minister van Financiën bij de Staten-Generaal is ingediend, bevat eenige bepalingen, die
de volle aandacht verdienen van de kunstenaars, de verzamelaars in den ruimsten zin,
den kunsthandel en allen, die belang stellen in kunst en er de groote beteekenis van
erkennen — en waartegen zij zich m. i. zoo krachtig mogelijk dienen te verzetten; en
zelfs indien dit gedeelte van het wetsontwerp onverhoopt mocht worden aangenomen,
dan zal er toch zeker een en ander in moeten worden gewijzigd, wil de fatale uitwerking,
die de wet zal hebben, althans naar billijkheid verdeeld zijn tusschen de bewoners van

ons land :). — Bij het bepalen van de volgorde, waarin ik in het eerste deel van mijn

betoog de details behandel, is geen rekening gehouden met de meerdere of mindere
belangrijkheid van ieder onderdeel, maar slechts de tekst van de wet gevolgd.

I.

Eén van de grondslagen, waarnaar de belasting zal worden berekend, is (art. 17, § 1)

»de waarde der stoffeering van ieder perceel, onverschillig wiens eigendom zij is.” Art. 2

§ 1 bepaalt, dat de stoffeering slechts belastbaar is, »indien zij zich bevindt in perceelen
(of gedeelten daarvan), die dienen a. tot woning en b. tot gemak, uitspanning of
vermaak van den gebruiker”, terwijl art. 2 § 3 hieraan toevoegt, dat «gedeelten van een
perceel, dat tot woning dient, alleen dan niet n de belasting worden betrokken, indien
hunne inrichting er op wijst, dat zij uitsluitend worden gebezigd voor een ander doel
dan tot gemak, uitspanning of vermaak van den gebruiker” ; blijkens de Mem. v. Toel. bij
dit artikel wordt onder: een ander doel o.m. verstaan de uitoefening van een beroep of bedrijf.
Deze bepalingen zijn voor velen zeer onbillijk.

Het vertrek, dat den kunstenaar uitsluitend tot atelier dient, valt buiten de
belasting, maar een atelier, dat tevens als woon- of slaapkamer dienst doet, wordt daar,
evenals alle andere vertrekken in zijne woning, ten volle in betrokken; blijkens de Mem.
v. Toel. is het daarvoor niet eens noodig, dat het als zoodanig dienst doet — ’t is al

1) In België, Frankrijk, Italië, Engeland, Beieren en Pruisen zijn kunstwerken geheel vrij van
belasting; over de andere landen ontbreken mij de noodige gegevens. Het is natuurlijk mogelijk, dat
die (oorlogvoerende) landen later ook hun kunstbezit zullen belasten; waarschijnlijk is dit niet en
zeker is het ongewenscht, dat ons land, dat toch minder van den oorlog te lijden heeft, den weg in
die funeste richting wijst.

1*

9
loading ...