Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 9.1916

Page: 248
DOI issue: DOI article: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1916/0260
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
munten die thans hoogst zeldzaam voorkomen, maar op het einde der 15de en in de
eerste jaren der 16de eeuw in Overijsel veelvuldig moeten zijn in omloop geweest. We
vinden toch in de »Valuacie van allen golde ende silvere payment In den lande van
aueryssel in gheset van Fredericus van Baden, biscop van Utrecht enn die gemeyne ridderscap
van aueryssel enn by den steden deuenter, campen en Zuol". In den jaer MCCCCC enn IJ.,
te Zwolle gedrukt bij Peter Os van Breda, waarvan de minuut op het archief te Deventer
aanwezig is!), vermeld de »Dortmonsche ende werltsche stuuer, die een waarde hadden
van 1 halve stu, een plack 3). Met dezen »werltsche stuuer” zullen zonder twijfel de zeldzaam
voorkomende Groschen van Werl bedoeld zijn.

Een aardig voorbeeld geeft de vondst van de bij den aanvang der 16de eeuw bij
ons te lande in omloop zijnde kleine zilvermunten. Bij de bijna 2000 munten die gevonden
zijn waren 386 Stuivers van Deventer van 1509 (v. d. Chijs pl. XII. 31), 126 Patards
van Vlaanderen van Filips den Schoonen en niet minder dan 529 Groschen van Saksen,
meerendeels onder de hertogen Friedrich, Johann en George (1507—1525) geslagen.

's-Gravenhage, Nov. 1916. A. O. VAN KERKWIJK.

COSTUUM-VARIA.

I.

De dateering van het zelfportret van Lucas van Leyden te Brunswijk.

Het zelfportret van Lucas van Leyden in het hertogelijk museum te Brunswijk
is reeds meermalen om zijn dateering het onderwerp van discussie geweest. De laatste
bijdrage, naar ik meen, is geleverd door den Heer Frans Vermeulen in een artikel in
»Onze Kunst” (Dl. XXVII, 1915, bl. 98 vlg.), waarin hij op grond van gegevens, verschaft
door de studie van de Nederlandsche kleederdracht in de XVIe eeuw, tot de conclusie
komt, dat het portret op zijn vroegst in 1518 door Lucas kan zijn gemaakt.

Ik deel in zooverre de meening van dezen schrijver, dat ook ik, om het costuum,
met vrij groote zekerheid aan een dateering van 1519 de voorkeur zou willen geven
boven die van 1509 (1510), doch tegen zijn bewijzen uit de costuumgeschiedenis heb
ik eenige bezwaren, die ik hier wil trachten te ontvouwen.

In de eerste plaats de geschiedenis van de ontwikkeling en van de handwerk-
techniek van de »craeghe”. De Heer Vermeulen schrijft over dit detail op het bewuste
portret, »dat hij (i. e. Lucas van Leyden) een, boven den »hemdrok” (mouwvest) uitkomend
hemd, met opstaand boordje draagt, welk boordje versierd is, met een soort »geplooid”
randje, dat als een voorlooper van de latere, breede »gepijpte” kragen, lubben of y>lobbe-
cransen” uit de tweede helft der 16e eeuw is. Nu is de rand van het hemdboordje hier,
bij Lucas, niet »geplooid” in den eigenlijken zin. De hier ajgebeelde vorm werd verkregen. 1 2

248

1) Van der Chijs. De munten van Overijssel, p. 193.

2) Idem. p. 198.
loading ...