Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 9.1916

Page: 274
DOI issue: DOI article: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1916/0286
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
aan te koopen. Onder de belangrijke munten noemen we: den zeer zeldzamen daalder
van Megen van Charles de Croy, Prins van Chimay, voorts de dubbele gouden Scheepjes-
schelling van Holland van 1747 en verschillende munten van Brunswijk en Hannover.

Rijksmuseum van Oudheden te Leiden. — Ten geschenke werden ontvangen, een
Aegyptische stéle met linnen en stuc bedekt en aan beide zijden beschilderd met gods-
dienstige voorstellingen, voorts een aantal Grieksche en Italiaansche vazen, amphoren,
kruiken enz. Verschillende voorwerpen, als protosaksische- en verschillende andere urnen,
mozaiek-fragmenten, tegels en fragmenten van eene muurschildering werden bij opgravingen
in Nederland gevonden.

Rijks Ethnographisch Museum. — Voor het groote aantal voorwerpen (747), dat het
Museum ten geschenke mocht ontvangen, verwijs ik naar de uitvoerige opgaven in
het Verslag.

Van de overige musea zijn geen aanwinsten van belang te vermelden.

■ : : ■ ■ ■ ■ ■

KORTE MEDEDEELINGEN.

Stedenschoon. — In de »N. R. Ct.” kwam kortgeleden het volgende bericht voor:

»Wij lezen in «L’écho beige”, dat het gemeentebestuur van Gent besloten heeft,
bij wijze van werkverschaffing, een rij fraaie 16de-eeuwsche gevels in de nabijheid van
het «Gravenkasteel”, die door onoordeelkundige verbouwing sterk hadden geleden, in
den ouden toestand te doen herstellen.

»Ook de N. V. «Lansbergs” aldaar heeft zoojuist een geheele serie oude gebouwen
in hun oorspronkelijke schoonheid teruggebracht.

«Het bovenstaande is zeker merkwaardig te achten. Het pleit voor den durf en de
groote belangstelling voor het stadsschoon in het door den oorlog geteisterde België, waaraan
wij in Nederland, dat in vollen vrede leeft, gewis een voorbeeld zouden kunnen nemen!

«Wij kunnen ons niet herinneren, dat ooit hier te lande bij wijze van werkverschaffing
monumenten werden gerestaureerd; wel weten wij voorbeelden van het hakken van fraaie
boomenrijen, teneinde den werkeloozen arbeid te geven!

«Het heeft er allen schijn van, dat de Hollandsche kunstzin zich uitsluitend
concentreert in interesse voor muziek en (op zeer bescheiden schaal) voor schilderkunst.
De architectonische schoonheid toch blijkt slechts tot zeer weinigen te spreken.
De voortdurende klachten over de steeds voortwoekerende vernietiging van ons steden-
schoon zijn er het beste bewijs van.

«Is het b.v. niet teekenend, dat eenigen tijd geleden door de Vereeniging tot
Bevordering van Walcheren’s Stedenschoon «Nehalennia” aan de ingezetenen van het
eiland werd bekend gemaakt, dat hun gaarne kosteloos advies zou worden verstrekt
inzake restauratie van oude gevels en dat hun daarenboven desverlangd een aanmerkelijke
subsidie voor de herstelling zou worden gegeven, — en dat zich letterlijk niemand

274
loading ...