Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 9.1916

Page: 213
DOI issue: DOI article: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1916/0225
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
voornaamste centra te noemen. Nergens blijkt hier een zoeken naar individueele uitdrukking,
de apostelbeelden van de Launoy gelijken alle op elkaar: zelfde vorm van oogen, zelfde
snit van mond en neus. Het hindert dan ook weinig, dat de neus in onzen kop gerestaureerd
is. De kop vertegenwoordigt een hoogtepunt van klassiek kunnen en willen, dat zich
in de tweede helft van de dertiende eeuw openbaarde en dat tot in het begin der
14de eeuw nog hier en daar, zelfs in het groote kunstcentrum Parijs, als ideaal gehandhaafd
werd. Dit gedateerde stuk is een waardevol document, eene vervollediging en tevens
een steun voor de beteekenis van de kleine serie van middeneeuwsche beeldhouwwerken
welke ik in het begin van den vorigen jaargang besprak. » pj-j-

DE WERKZAAMHEID VAN JAN VAN SANTEN TE ROME.

Een vroegere, uitvoeriger bijdrage bevatte de levensbeschrijving van Jan van Santen
en behandelde het eenige zelfstandige bouwwerk, dat van hem kan aangewezen worden:
de Villa Borghese, aan bezoekers van Rome welbekend («Bulletin” 1914, blz. 205—229).
Bij de gegeven beschrijving van dat gebouw moet hier in de eerste plaats eene vergissing
worden hersteld. De gelijkvloersche hoofdzaal («Salone”) is door twee volle verdiepingen
heen ontworpen, niet door anderhalve, en is dus reeds een voldragen voorbeeld van de
z.g. Italiaansche zaal, die later ook in Noordelijke paleizen toepassing zou vinden. De
drie groote vensters in het midden boven het bordes geven dus slechts schijnbaar van buiten
eene verdieping aan. In werkelijkheid bestaat deze alleen aan de achterzijde en in de beide
vleugels. De drie ramen verlichten de groote hoofdzaal van boven, waar zij het gewelf
doorbrekende niet gelukkig zijn aangebracht. Wat het bordes betreft, dit is alleen door
twee kleine deuren van uit de zijvleugels toegankelijk.

Wij zagen hoe Van Santen sedert 1613 pauselijk bouwmeester was van Paulus V,
hoe hij voor dit ambt een salaris van 25 daalders in de maand genoot, en hoe de laatste
betaling 19 Februari 1621 geschiedde, precies drie weken na den dood van den paus.
Gregorius XV nam den Nederlander niet in zijn dienst over. Het maandelijksch salaris
van 25 scudi is vrij hoog te noemen. Lorenzo Bernini kreeg weinig jaren later onder
Urbanus VIII 32 daalders aan vast loon uitgekeerd, en daar is het salaris van andere
posten bij inbegrepen. Bernini b.v. genoot een geregelde toelage als opzichter van
Castel S. Angelo, toen nog citadel. Uit de pauselijke rekeningen valt nergens op te
maken, welke bijzondere bouwwerken Jan van Santen voor Paulus V heeft uitgevoerd.

De paus was in de laatste jaren van zijn regeering merkbaar zuinig geworden. Na
den gevel van St. Pieter en de groote fontein voor de Acqua Paola, die beide in 1612
gereed kwamen, liet hij weinig meer bouwen. Een kleine vleugel aan het Vaticaansch
paleis, naar de zijde van de tuinen, was in 1608 reeds toegevoegd. Het paleis der Datarie
werd in 1615 in gebruik genomen, maar het was een reeds bestaand gebouw, dat met
het oog op de nieuwe bestemming slechts gewijzigd behoefde te worden. Uit niets blijkt,
dat Van Santen met dit werk belast is geweest. Zelfs is het de vraag of de nu kunstlooze

213
loading ...