Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 9.1916

Page: 196
DOI issue: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1916/0208
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
JAARVERGADERING TE HOORN.

Van de offïcieele gebouwen van het liefelijke Hoorn wapperden ter onzer eere
lustig de vlaggen, toen wij Vrijdagsavonds, 7 Juli, ons naar het Raadhuis begaven, waar
de burgemeester, de Heer A. A. de Jongh, omringd door zijne wethouders en verschillende
raadsleden ons officieel ontving. Spreker wees erop, dat een ommegang door Hoorn aan
de leden de overtuiging zou schenken, dat het gemeentebestuur en de burgerij van Hoorn
trotsch zijn op hun oudheden en die met groote piëteit bewaren en verzorgen. Tevens is
eene wijziging van de bouw- en woningverordening aanhangig, die ten doel heeft, te
waken tegen ontsiering van de schilderachtige stadswijken en te trachten, het oude met
het nieuwe te doen harmonieeren. Ook zijn maatregelen genomen, om in geval van oorlog
de oude gebouwen zooveel mogelijk te beschermen. Na een hartelijken welkomstgroet aan
den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond werd de eerewijn rondgediend. Onze
Voorzitter, Mr. Dr. J. C. Overvoorde, dankte voor de vriendelijke woorden en wees op
Hoorns dubbele beteekenis van oude handelsstad en huidig landbouwcentrum. De oude
handel van over zee, die Hoorn beroemd maakte, en waaraan Kaap Hoorn herinnert en
waarvan hij nog sporen zag op zijne reizen naar Kaapstad en in Britsch-Indië, is grootendeels
verdwenen, maar een nieuw Hoorn, hoofdplaats van een welvarend landbouwdistrict, is
daarvoor in de plaats gekomen. Herinnerend aan een roemrijk verleden biedt Hoorn
schoone beloften voor de toekomst.

Noode verlieten wij daarop het aangenaam gezelschap en de zoo gezellige
raadzaal met het mooie schilderij van Jan Maet van den slag op de Zuiderzee op den
achtergrond en zoo intiem verlicht door de laatste stralen der ondergaande zon, om ons
ter jaarvergadering in het hotel »de Doelen” te begeven. Aanwezig waren de leden:
Mr. Dr. J. C. Overvoorde (Lakenhal), J. L. van Dalen (Oud-Dordrecht), Mr. I. Duparc
(die Haghe), Mr. A. W. F. H. Sanger (Museum Groningen), G. J. Honig (Vereeniging
»G. J. Honig”), Dr. A. W. Byvanck, Jhr. H. Teding van Berkhout, W. Martens (Museum
Mesdag), Mr. L. G. N. Bouricius, Dr. J. Kalf, Mej. Dr. E. van der Looy van der Leeuw,
Mej. Dr. E. Neurdenburg, Jkvr. CL Engelen, Jhr. B.' W. F. van Riemsdijk, Dr. E. Haslinghuis,
en de correspondeerende leden: W. Kromhout, Dr. H. P. Coster, A. Dunlop, H. Gallois,
J. van Gils, W. P. A. Smit, P. J. Perquin, Dr. M. P. Rooseboom, J. W. G. van Haarst,
W. P. van Stockum, W. van der Pluym en J. Gimberg. Afwezig met kennisgeving:
Jos. Th. J. Cuypers en Dr. W. Vogelsang.

Ten 9.15 opent de Voorzitter de vergadering met eene rede, hierachter afgedrukt,

196
loading ...