Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 9.1916

Page: 118
DOI issue: DOI article: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1916/0130
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
verkondigen. Met vuur verdedigde hij daarbij wat hem steeds de juiste opvatting had
toegeschenen, doch ook hierbij wist hij niet steeds streng de grens te eerbiedigen tusschen
strijd van opvattingen en persoonlijke aanvallen. Zeer juist is er door den Minister van
Binnenlandsche Zaken op gewezen, hoe hij hierbij onnoodig velen heeft gegriefd. Doch
deze grieven zijn bestemd om weg te doezelen door het verloop der tijden, maar blijvend
is zijne verdienste als grondlegger van de Rijksmonumentenzorg, wegens de verbetering
van het teekenonderwijs en de betere regeling van museum- en archiefwezen. Door zijn
optreden buiten den engen bureaukring heeft hij tevens bij velen belangstelling gewekt
voor de oud-vaderlandsche kunstwerken, hij heeft hierdoor menig dreigend verlies tijdig
weten te voorkomen en in het algemeen bereikt, dat meer rekening gehouden wordt met
de belangen der oudheidkundigen. Daarbij sprak niet alleen zijn gevoel voor het schoone,
dat hem zijne ruime woning zelf tot een museum deed maken, doch ook, en niet minder
zijn warm vaderlandsch voelend hart, dat hem de oud-Hollandsche kunst niet alleen als
kunst deed waardeeren, doch ook als een der edelste uitingen van het nationaal volksbestaan.

Een krachtige figuur met de begaafdheden van de Stuers was bestemd om zich
een eervolle plaats te veroveren op elk gebied, waarheen de omstandigheden hem
zouden voeren; het geluk heeft de vaderlandsche oude kunst gediend, dat hij hieraan
in de eerste plaats zijne groote krachten heeft kunnen wijden. Steeds op de bres, waar
het gold hare belangen te verdedigen, heeft hij het moeilijke pionierswerk verricht. Hij
heeft de onverschilligen wakker geschud en den grond geëffend voor volgende geslachten
om voort te bouwen. Dit alleen reeds geeft hem aanspraak op de erkentelijkheid van
allen, ook van hen, die in de praktijk niet steeds zijne inzichten deelden.

J. C. OVERVOORDE

■- = '-==■■■ - - -■

BOEKBESPREKING.

DE CATALOGUS VAN DE BEELDHOUWWERKEN in het Nederlandsch Museum
voor Geschiedenis en Kunst te Amsterdam, 2e druk; uitgegeven door het Museum
in MCMXV.

Sedert den vorigen druk, van 1904, is er zeer veel in de verzamelingen veranderd:
uiterlijk en innerlijk. Zulks blijkt onmiddellijk uit deze nieuwe uitgave. Het aantal der
beschreven voorwerpen is van 222 op 308 nummers gestegen, zoodat deze nieuwe gids,
als men het register en de nummerlijst-ter-vergelijking meerekent, thans een boekje van
honderd bladzijden is geworden, tegenover dat van acht en vijftig van vroeger, Het
handige formaat is daardoor echter niet noemenswaard gewijzigd en zelfs de 67 autotypieën
naar daartoe uitgekozen voorwerpen, achter den tekst geplaatst, berokkenen geen nadeel
aan het gemakkelijk gebruik. Op deze clichés komen we straks terug.

De uiterlijke wijziging, waarover ik sprak, bestaat dus, dat is hiermede reeds
aangeduid, uit een niet onbelangrijke vermeerdering. Voor de beteekenis der verzamelingen

118
loading ...