Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 9.1916

Page: 131
DOI issue: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1916/0143
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
~w_

3"

A

r

k

BESCHRIJVING VAN HOORN.

INLEIDING.

Voor ik overga tot eene beschrijving van verschillende oude monumenten te Hoorn,
lijkt het mij zeer gewenscht, om eerst een beknopt overzicht te geven van het ontstaan
en den verderen opbouw der stad.

Weliswaar is het begin in nevelen gehuld, maar in verband met hetgeen door
verschillende schrijvers is medegedeeld — en lettende op den loop van grachten en straten,
is het toch zeer wel mogelijk, zich een beeld te vormen van het plaatsje, zooals het er
eertijds moet hebben uitgezien.

De plek, waarop Hoorn gebouwd is, moet men zich evenals het omringende land
voorstellen als een moeras, vol poelen; een bijna niet te bereiken en te bewonen oord.
Dat deze voorstelling aan de waarheid beantwoordt, kan men afleiden uit de berichten
der kroniekschrijvers; bovendien is het te bemerken op plaatsen, waar voor het eene of
andere doel gegraven wordt. Met eigen oogen heb ik een paar jaar geleden gezien, hoe
midden in de stad, bij het graven van eene fundeering, dikke kluiten riet voor den dag
kwamen, die nog zeer goed geconserveerd waren.

»Hoe” — zal men vragen — »is in dit onherbergzaam land eene stad ontstaan,
die later nog zoo’n groote rol heeft gespeeld?”

Over de oorzaken, die hiertoe geleid hebben, wil ik u iets mededeelen.

Tusschen al die poelen en moerassen door liep een water, de Gouw geheeten.
Hieraan herinnert nu nog de naam van de straat »de Gouw”.

Dit water vormde eene verbinding van het platteland met de zee. De »Tocht”
en »EIet Nieuwland” zijn er nog overblijfselen van; verder liep het, waar nu de straten
Gouw, Nieuwstraat en Kerkstraat zijn, tot aan de Havensteeg.

Bij de Havensteeg moet eene sluis geweest zijn, waardoor verbinding ontstond met
eene kil, die in zee uitkwam. De vroegere dijk was, waar thans »het Oost” en »het West”
zijn, zoodat men daaruit kan afleiden, dat deze kil liep door buitendijks gelegen moerassige
landen (de tegenwoordige Nieuwendam enz.) en daar als het ware eene natuurlijke haven
vormde. Deze situatie kon niet anders dan gunstig zijn voor het ontstaan eener nederzetting,
vanwaaruit gemakkelijk handelsbetrekkingen konden worden aangeknoopt. De bewoners
der welvarende dorpen konden hier in verbinding komen met hen, die over zee kwamen.
Deze eigenschap — die eene plaats vanzelf tot markplaats maakt — is later geheel ver-
dwenen; Hoorn bezit nu geen verbinding te water meer naar binnen.

9

131
loading ...