Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 9.1916

Page: 122
DOI issue: DOI article: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1916/0134
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
Tenslotte een woord over de voor een deel zeer fraaie clichés: Ze zijn uiteraard
niet alle even goed uitgevallen, maar de meeste geven een uistekend beeld van het origineel.
Ik noem b.v.: Het kleine kistje van Nijlpaardentand, No. 2. Slechts vrij goed, maar zeer
noodig, daar het origineel nauwelijks te zien is: het tympan van Egmond, No. 3.
Supérieur zijn de Apostels van Odiliënberg, No. 4a, de kop uit Rheims, de buste aan
Quercia toegeschreven, No. 10, Majano’s Johanneskopje, No. 14, de Pegasus, No. 19, de
heilige man, No. 31; eindelijk, ondanks het kleine formaat: de Dolhuisvrouw. Maar
men koope den Catalogus en geniete er zelf van!

Utrecht. W. VOGELSANG.

KORTE MEDEDEELINGEN.

Een oude wijze van verwarming. — Naar aanleiding van mijn aanteekening in het
laatste nummer van den vorigen jaargang deelde de heer A. J. Reyers in »de Bouwwereld”
van 2 Februari mede, dat in het «Gothische huis” te Kampen sporen van een zelfde
verwarmingsstelsel gevonden zijn. (Ook hier was in den ouden tijd een grutterij gevestigd).
In de kanalen die met het keukenfornuis in verbinding stonden vond men nog boekweitdoppen.
Er waren meer dergelijke kanalen die deze doppen bevatten, maar deze kwamen niet bij
de stookplaatsen uit. E. H.

Regeering en monumentenzorg. — Onlangs is een Kon. Besluit uitgevaardigd, dat
uit een oogpunt van monumentenzorg belangwekkend is. De gemeenteraad van Baardwijk
in N.-B. had besloten twee oude klokken uit den toren der Ned. Herv. kerk te verkoopen.
Gedeputeerde Staten vernietigden dit besluit, waarop de gemeente in hooger beroep ging.
Een Kon. Besluit verklaart nu dit beroep ongegrond o. a. overwegende, dat uit historisch-
monumentaal oogpunt tegen den verkoop bezwaar bestaat.

— Op het kunstcongres te Amsterdam heeft o. a. Jan Veth gesproken over wat hij
noemde: »Vredes-verwoestingen”, het gestadig-aan verleelijken van onze steden, niet door
kanonvuur, maar door het gemis aan schoonheidszin en aan eerbied voor het gewordene
bij overheid en burgers. Uit deze rede, thans uitgewerkt in de »Gids” verschenen, halen
we hier de volgende passage aan:

» . . . Ik heb de moderne kunstenaars niet aan te klagen. Niet zij zijn de belagers
van het karaktervolle schoon onzer oude steden. Verweg de meesten onder hen staan in
hun gevoelens aan de zijde, waar ook ik mij zal blijven posteeren. Met voldoening mogen
wij in dit verband aanhalen wat Berlage, in een merkwaardige Haagsche rede nadrukkelijk
heeft verklaard: »De oude monumenten kunnen geacht worden niet alleen veilig te zijn
in de handen der moderne architecten, maar zij kunnen rekenen op onze zorgvolle
behandeling die hun volle schoonheid eerbiedigt. . .”

Neen, het geweld dreigt aanhoudend van een anderen kant. De werkelijke bedrijvers

122
loading ...