Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond [Editor]
Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond — 2.Ser. 9.1916

Page: 1
DOI issue: DOI article: DOI Page: Citation link: 
https://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/bulletin_knob1916/0013
License: Free access  - all rights reserved Use / Order
0.5
1 cm
facsimile
Ir—




V

□ □ □ n

O D □ Q

1


0



c

D





O



o O □ D






GRONDBEGINSELEN EN VOORSCHRIFTEN VOOR HET BEHOUD,

DE HERSTELLING EN DE UITBREIDING VAN OUDE BOUWWERKEN x).

A. GRONDBEGINSELEN.

I.

Oude bouwwerken worden bewaard:

A. om hunne kunstwaarde,

B. om hunne oudheidkundige waarde,

C. om hunne herinneringswaarde.

Gewoonlijk zijn deze beweegredenen niet afzonderlijk aanwezig, doch op een of
andere wijze verbonden.

II.

De oudheidkundige- en de herinneringswaarde zijn eenvoudige grootheden, de
kunstwaarde is samengesteld. In deze laatste onderscheide men:

a. het geschiedkundig bestanddeel: de beteekenis van elk bouwwerk als voorbeeld
van vroegere kunstopvattingen.

b. het schoonheidsbestanddeel: de waarde, welke een bouwwerk bezit ter bevrediging
van de schoonheidsverlangens, van den nieuwen tijd. Deze waarde laat zich weder in
tweeën splitsen:

1. de bouwkunstige schoonheid.

2. de schilderachtigheid.

III.

De onder B genoemde oudheidkundige waarde eischt onveranderd behoud van
een bouwwerk, opdat te allen tijde aan de wetenschap mogelijk zij uit den bestaanden
toestand gevolgtrekkingen te maken aangaande den oorspronkelijken. Blootleggingen en
ontgravingen kunnen ter wille van het wetenschappelijk onderzoek gevorderd worden. Zij
dienen zóó te geschieden, dat door opmetingen en fotografieën zoo volledig mogelijk
worde vastgelegd wat vóór en tijdens de werkzaamheden gevonden is. 1

1) Het woord «bouwwerken” versta men in den ruimsten zin, dus b.v. ook kelders, grafheuvels,
vestingmuren, wallen en dergelijke omvattend.

1
loading ...